De gemeente gratie - pagina 404
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
MIDDELLIJKE WERKING.
400
tegenover de goede engelen werkeloos en weerloos zouden staan. Blijkt
eenmaal op onloochenbare
kwade engelen de oorzaak
dat de
wijze,
zijn
van veel dat op aarde verzondigd wordt, en volgt hieruit dat het in de natuur en de bestemming der engelen ligt, om instrumenten te zijn,
waarvan God
zich
de bestiering der dingen op aarde bedient, dan zou
bij
ook zonder nadere aanwijzing, reeds met genoegzame zekerheid
hieruit,
volgen, dat ook de goede engelen als instrumenten in de zijn.
Wat
hand des Heeren
kracht toch de kwade engelen op aarde mogen uitoefenen, reeds
het verhaal van Job leert ons, dat ze dezen invloed nooit anders dan in
God kunnen oefenen, met zijn gedoogen, en niet dan naar zijn Ook de leer der kwade en der goede engelen moet alzoo rechtstreeks
dienst van wil.
met de Voorzienigheid Gods toch, dat ook
Is
dit
zij
in
verband worden gebracht. Uit
beiden instrumenten
nu waar op
zijn,
geestelijk gebied,
door wie
God
zijn
alles blijkt
wil uitvoert.
dan kan met de Schrift voor ons,
evenmin ontkend, dat deze geesten ook op
stoffelijk
gebied zekeren
uitoefenen. Van zoodanigen invloed komt Oude en Nieuwe Testament meer dan eens het verhaal voor. Denk
strumenteelen mvloed
aan den engel die de Egyptenaren
sloeg,
in
in-
het
slechts
aan den engel die het leger van
Sanherib vernietigde, en zoo ook in het Nieuwe Testament aan de booze geesten die vele lichamen beroerden en de zwijnen deden storten in de zee van Genesaret.
hem meer dan macht vast,
Ook het zeggen van
Jezus, dat op zijn gebed zijn
Vader
twaalf legioenen engelen kon bijzetten, doelde op stoffelijke
die door deze geesten
kon worden uitgeoefend. En staat het hierdoor
dat in buitengewone gevallen zulk een uitwendige actie metterdaad
van deze geesten waarschijnlijk,
is
uitgegaan, dan
het,
is
dat dit buitengewone
zijn
op
zijn
zachtst genomen, alleszins
grond vindt
in het
gewone, en
van zekere instrumenteele werking, die in het Godsbestel ook op stoffelijk gebied door geesten wordt gewerkt; zooals dan ook de Cherubs in de Openbaring voorkomen, als dragers van de almachtigheid, aanwijzing
is
en alzoo van de krachten Gods.
Nu kan
intusschen noch de zielkunde noch de natuurkunde, langs den
eenig zuiveren
weg der empirische
op ons geestelijk en
ontleding deze inwerking der geesten
stoffelijk aanzijn vaststellen.
van ons vermogen. Op grond der
Schrift, d.
ander voor ons vaststaan, en nadat
i.
dit alzoo
Dit overschrijdt het perk
der Openbaring, kan een en
voor ons op grond der Open-
baring vaststaat, kan onze zielservaring grond te meer meenen te hebben, er
iets
van
te ontdekken,
inwerkingen brengen
we
maar
tot
een verklaring of ontleding van deze
het niet. Daartoe heeft
men
vroeger wel gepoogd
komen, en ten deele beproeft het Spiritisme dit thans weer, doch dit ligt alles op de lijn der guichelarij, waartegen Gods Woord zoo ernstig te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's