De gemeente gratie - pagina 137
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWOOND ONDER
133
ISRAËL.
verschijning van de engelen in Bethlehems velden,
zang Gods w^elbehagen over menschen
om
uit te roepen.
in
hun hemelschen
In Sodom alles hun
tegen de borst stuitend, niets dan gruwel en menschelijke schande; en
daarentegen in Efrata's velden de bekoring van het schoon der natuur, een
van aantrekkelijke tafereelen van menschelijk leven, niets dat alles dat aantrekt. Zelfs een engel had bij zijn vluchtige ver-
stel
en
stuit,
schijning, als
gratie
we
ons zoo mogen uitdrukken, het profijt van wat de gemeene
aan vrede en vreugde onder menschen in stand hield. En geheel
ditzelfde
nu
is,
en in nog veel sterker mate, op onzen Heiland toepasselijk.
Juist de verschillende graad
leven inwerkt,
van
te
om
gratie op het
temperen, brengt teweeg, dat de levenstoestand
een geheel andere
van
waarmee de gemeene
tijd
menscheUjk
er de ongerechtigheid in te stuiten, en er de ellende
is,
dan
bij
het andere, en
bij
bij
het eene volk
hetzelfde volk, naar gelang
en levenskring, zeer verre uiteenloopt. Zelfs nu, na negentien
eeuwen, is de levenstoestand bij de wilde stammen op Nieuw-Guinea een gansch jammerlijke, zoo ge dien vergelijkt met het levensmilieu, waarin Jezus optrad. Dat onderscheid nu was voor het volbrengen van het Mid-
delaarswerk van onzen Heiland allerminst onverschillig. Denkt ge u den Christus opgetreden onder een stam, waarbij nog het kannibalisme heerschte,
zoo zou de opkomst van de kerk des Nieuwen Verbonds kortweg ondenk-
We hebben hier dus niet van doen met iets bijkomstigs maar met een onderscheid dat voor geheel het optreden van Jezus van het uiterste gewicht was. Een levenstoestand met zeer zwakke werking der gemeene gratie ware voor het optreden van den Heiland
baar
zijn
geweest.
of toevalhgs,
geheel ongeschikt geweest. Zegenrijk kon
optrad in een land en
hij
bij
zijn
een volk en
in
optreden dan eerst
zijn,
als
een levenskring, waarin de
vrucht der gemeene gratie zeer aanmerkelijk was.
En
zoo
mag
dan, zonder
zweem van overdrijving, gezegd, dat in zeer beduidende mate profijt van de gemeene gratie ook aan Jezus voor de vervulling van zijn Middelaarsambt op aarde is toegekomen. Dat zulk profijt trekken van de vrucht der gemeene gratie mogelijk is, ook waar, gelijk in Jezus' hoogheilige persoonlijkheid, volkomen afgescheidenheid van de zonde bestaat, verklaart zich uit het karakter
zelf,
dat
de gemeene gratie in onderscheiding van de particuliere genade draagt.
De
particuliere
genade
is
persoonlijk, de
gemeene
gratie algemeen. Diens-
volgens raakt de particuliere genade uitsluitend de kern van het ümerlijke zielsleven,
leven in
maar
al
zijn
gemeene gratie zich tot geheel ons menschelijk openbaringen uit. Het sHb der gemeene gratie bezinkt in
strekt de
geheel de bedding van het leven, in de zeden en gewoonten, in de alge-
meene volkstoestanden, en vormt in
alzoo het stroombed, waardoor de stroom
heen beweegt. Aan het goede hierdoor teweeggebracht, en hierdoor den volkstoestand aanwezig, heeft alzoo een iegelijk deel, die onder
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's