Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 171

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 171

2 minuten leestijd

„DE RIJKDOM DER HEERLIJKHEID TAN ZIJN ERFENIS IN DE HEILIGEN ".

155

zondigeu, maar in edelen zin; doch die het inleven in de toekomende eeuw" en in de , toekomende wereld der heerlijkheid " zoo g-oed als niet kennen. Ze weten wel dat die eeuw en die wereld komt, maar ze stellen het inleven daarin tot in ,

later uit.

Andereu daarentegen onder Gods kindereu vervallen in de tegenovergestelde eenzijdigheid. Ze sluiten zooveel mogelijk het oog voor deze wereld, om zich schier eeuiglijk bezig te houden met de „toekomende eeuw". In het klooster, dat geheel van deze wereld afsluit, vindt dit streven en deze neiging haar voleinding. Evenwicht is noch bij de eersten noch bij de laatsten. Veeleer is de balans bij beiden geheel doorgezwikt. Bij de eersten is de schaal van deze eeuw omlaag en die van de toekomende eeuw zweeft in de hoogte. Bij de anderen daarentegen is de schaal van deze wereld geheel uit het gezicht en alleen de schaal van de wereld die komt, voor hun oogen. Zoo is het nu bij zoovelen en zoo dreigde het reeds te worden in de kerk van Efeze toen Paulus nog leefde. En daarom schrijft Paulus aan die kerk, dat hij dag aan dag voor de heiligen van Efeze bidt. opdat hun de bijzondere genade mocht verleend worden, om niet alleen in deze wereld naar Gods heiligen wil te verkeeren. maar om tegelijk zoo „verlichte oogen des verstands" te verkrijgen, dat ze een klaar en helder inzicht daarin mochten erlangen, „welke zij de hoop zijner roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van zijn erfenis, in de heiligen." Die bede van den apostel moest uit de gemeente voortdurend naar God opklimmen. Ze moest rusteloos onze eigene bede zijn. Immers die bijzondere genade is voor ieder onzer onmisbaar, en ook deze genade schenkt God zijn heiligen alleen, zoo ze hem daarom, met hartelijk zuchten, voortdurend bidden. ,

,

.

_

„De hoop van zijne roeping" doelt niet op de roeping tot geloof en bekeering. Aan deze roepstem van uw God is door u gehoor gegeven, toen ge geloofd en u bekeerd hebt. De hier bedoelde roeping Gods strekt veel verder. Hij uw God, is in de heerlijkheid, gij zijt op aarde, en nu roept uw God u uit deze ,

wereld naar uit „deze

met

zijn

wereld

.

uit

eeuw" met haar

uw

ingezonkenheid naar

zijn glorie,

ellende naar de „toekomende haar rijkdom en heerlijkheid.

eeuw"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 171

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's