De gemeente gratie - pagina 195
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
DE GEMEENE GRATIE IN HET GENADELEVEN.
191
had de Gereformeerde Theologie zich bijna weer in den Dooperschen hoek van het duahsme laten dringen, en in de gemeente hep dit zelfs zoover, dat in Engeland het Calvinisme zich zoogoed als uitsluitend
Genadeverbond
verband stond,
in
bij
de Dooper-
wat met het en alzoo op een samenhang met het
schen of Baptisten staande hield, en dat hier te lande
al
natuurlijke leven w^ees, schier geheel in vergetelheid geraakte,
kinderdoop nog te laten staan, maar te
midden van een
om
ja,
den
geestelijke levens-
beschouwing, waarbij welbezien alleen Bejaardedoop passen zou. Dit nu bracht teweeg, dat de Theologie aan onze hoogescholen óf weinig anders
deed dan het oude herkouwen, óf wel kettersch afdoolde; terwijl uit de gemeente wel drang opkwam, om de gemeenschap met de wereld af te snijden,
en zich in conventikelen terug te trekken, maar geenszins
om
in
voortgezette en verder ontwikkelde Gereformeerde Theologie handhaving van het grondkarakter onzer oorspronkelijke reformatie te
nieuwe,
zoeken. In minder dan een halve
eeuw
heeft dit er toen in de gevolgen
toe geleid, dat eenerzijds de Theologie aan onze hoogescholen geheel
met
de Gereformeerde belijdenis brak en brutaalweg naar de paden des ongeloofs oversloeg; en dat anderzijds in in
het mystieke
belijdenis,
verliep,
niet in
en alzoo
de gemeente feitelijk
naam, maar metterdaad
al
wat nog
beslist stond,
eveneens de Gereformeerde losliet.
Een droeve
loop der
dingen, die nog in de huidige gestalte onzer Gereformeerde kerken nawerkt
en waaraan alleen door breed opgevatte en tegelijk diep ingrijpende godgeleerde studie een einde kan worden gemaakt.
Inmiddels had na het inslapen der kerk en het bewusteloos inzinken der
Gereformeerde Godgeleerdheid, de geest der wereld het terrein kregen,
om
vrij ge-
op het breede erf der wetenschap en des maatschappelijken
levens het oude ik tot vernieuwde heerschappij te brengen. Al spoedig
werd
dit
oude ik dan ook weer
voortreffelijkheid
als
gaaf erkend, en zelfs in
geprezen. Gevolg waarvan natuurlijk
zijn
zijn
hooge
moest en was,
dat het bestaan zelfs van het nieuwe ik driestweg geloochend werd,
gebrandmerkt werd dat tegen niet
als het voortbrengsel
ja,
van dweepzieke verbeelding, en
„de fijnen" als ingebeelde dwazen de strijd met spot en hoon,
meer door
ernstige
discussie
werd aangebonden. Er werd
zelfs niet
meer gezocht naar de juiste verhouding van de natuur en de genade. Alle genade werd driestweg ontkend; de natuur was het één en al geworden; en uit die natuur moest alles verklaard. En toen hier nu bij kwam, dat de onderzoekingen op natuurkundig gebied in nog geen eeuw een zoo
dusver ongekende vlucht namen, en tot zoo verrassende resultaten leidden,
was het geen wonder, dat ten
leste niet alleen
de genade maar
zelfs al
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's