De gemeente gratie - pagina 433
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
w^ezenlijkt
worden,
gelijk
ook anderzijds het
rijk
429
der heerlijkheid eens, dank
de werking van zulke algemeene kosmische invloeden, zal opkomen.
zij
Maar
in afwachting hiervan heeft
God de beschikking over deze algemeene
kosmische, atmosferische en tellurische invloeden in
mate
Hij deze invloeden zus of zoo
werken
zijn
hand, en naar-
breekt de vloek sterker
laat,
door en schept een jammerlijken toestand, oftewel wordt ingebonden, en
maakt daardoor een betrekkelijken gelukstaat
in
ons menschelijk leven, en
een betrekkelijke gezondheid voor het leven mogelijk.
Doch behalve deze algemeene invloeden, waardoor de „gemeene
gratie"
sterker of minder sterk de helling van het leven naar den vloek tegen-
houdt,
valt hier
ook
te
rekenen met de onderscheiden bedeelingen Gods.
De toestand van deze aarde
is
niet over al
haar deelen
gelijk
onderscheid tusschen streek en streek zeer sterk, zoo sterk
brokken en stukken van onze aarde in
zijn,
den dood ondergaat en geen existentie mogelijk den jongsten
te
dringen,
men
tijd zijn
steeds bleek,
daarbij
te
eer
is
het
dat er
waar het leven voor den mensch
op Nova-Zembla meldt onze eigen historie ons in
;
zelfs,
is.
dit,
Uit de overwintering
en wat pogingen ook
aangewend, om aan de Noord- of Zuidpool door
met wat
worstelen had.
schier onoverkomelijke moeielijkheden
En ook
al
gaf het menschelijk heroïsme
dusver deze pogingen niet op, toch dacht noch denkt iemand er aan, in deze poolstreken zich
om
een terrein van menschelijke existentie te scheppen.
De dood in geheel de natuur. koude heeft God Almachtig hier den vloek tot
In die streken heerscht nu reeds de dood.
Door
niets
dan door
zijn
op het uiterste laten doorwerken, als
om
ons te doen verstaan hoe groot
gemeene gratie is, die ons in onze gelukkiger streken, voor het volle doorwerken van dezen vloek vrijwaart. Toch breekt zelfs in die streken altoos nog iets van het licht door, en kan een enkel ijsdier en een enkele ijsvogel er nog het bestaan rekken. Maar denkt ge u, dat ook die korte en zwakke lichtuitstraling wegviel, dan zou de dood er volkomen zijn, en zijn
tevens de zwartste nacht en de uiterste duisternis er voor altoos
zijn inge-
Bedenkt ge nu, dat zoo God den vuurhaard in zijn zon bluschte, metterdaad die toestand de algemeene toestand op onze aarde zou zijn, dan klimt met onweerstaanbaren drang de toon der dankbaarheid uit uw
treden.
ziel
naar boven, dat Gods gemeene gratie het verbond van dag en nacht
in stand houdt, en dat dientengevolge een nog zoo draaglijk, en veelszins
zoo gelukkig leven voor ons op andere deelen van dezen aardbol mogelijk
De
is.
woestijn geeft ons .soortgelijken indruk. Wij kennen in óns land de
wildernis niet, en kunnen ons hoogstens in
sommige vale streken van de Veluwe eenig denkbeeld vormen van een dorre, kale landstreek, waar het
eindelooze
zand allen groei en
alle
ontwikkeling tegenhoudt. Vergelijking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's