De gemeente gratie - pagina 258
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE KERK ALS INSTITUUT. ORGANISME.
254
En
landgenoot met wien
alle
hij
heeft die taal evenals
spreekt,
van
hij
hem anterieur, en toch drukt die het omdat God beliefd heeft, hem met zijn gedachten uit, taal juist zijn landgenooten uit eenzelfden stam of volk te doen opkomen, en hem met hen een gemeenschappelijk leven te geven. De organische verbinding van het voorgeslacht. Die taal
de
alzoo aan
is
heeft alzoo weer haar diepen grond in de nog oorspronkelijker
taal,
organische verbinding met
zijn
volk. Hij
zijn
bij
is
toch uit het lichaam zijns volks voortgekomen. Er
volk bijgekomen, en is
een additie of
bij-
in de oorspronkelijke eenheid
voeging, maar een bijvoeging die gegrond is van leven, en het bewustzijn van die eenheid van leven spreekt zich
eenheid van
in die
uit
taal.
Is alzoo de menschelijke taal een dor onmisbare sadntvoegselen
menschelijk leven, dan
van een
het noodzakelijk, dat ook de Christehjke religie
is
van dat menschelijk sadmvoegsel der taal zich meester make, er indriuge, het beziele, het zich tot instrument make, en alzoo ook de taal gebruike om de ineengroeiing van het Lichaam en de leden tot die
in
taal inga,
stand te brengen en tot volkomenheid te ontwikkelen. Al denkt ge u dan
ook voor een oogenblik
kinderen Gods
alle
uit
Nederland weg, zoodat er
niet
één wedergeborene meer op onze erve overbleef, zoo zou toch in de
taal
de Christelijke religie nog aanwezig
Christelijke
zijn.
In die taal toch heeft elke
haar uitdrukking gevonden. In die taal
gedachte
schatten en rijkdommen
vertolkt. In die taal is ze als
zijn
haar
ingeweven, en elk
oogenblik kan ze uit die taal weer worden te voorschijn gebracht, niet
naar de
Door
In die taal
we
maar naar de uitdrukking voor ons menschelijk bewustzijn. Door die taal gaat het gebed. zingen we. Door die taal voeren we onze gesprekken, uiten
realiteit,
die taal alleen grijpt de prediking plaats.
onze
gehoor
liefde,
is
we
vertroosten
niet anders
dan
de taal mogelijk. Zelfs
al
uit
elkaar.
Is het geloof uit het gehoor, dat
de prediking, en die prediking
verstomden
alle
is
alleen door
stemmen, nog zou de
taal in
het gedrukte schrift den vollen rijkdom van de Christelijke religie voor
ons bewaren.
Doch
juist
daarom heeft de
Christelijke religie
dan ook op
dit organisch
saamvoegsel der taal haar invloed uitgeoefend. Ze heeft die taal niet gelaten gelijk die was, maar haar gewijzigd, vervormd, bezield, tot op zekere hoogte gekerstend.
Neemt men
die taal gelijk ze was, vóór het Evangelie
deze landen binnentoog, en die taal gelijk ze nu door predikers, dichters, bidders
en lofzangers geworden
Christendom op die taal
zijn
is,
dan gevoelt men terstond dat het
stempel gedrukt heeft. Niet op heel die
taal.
Die taal kent ook nu nog haar onheiligen, haar ongekuischten, haar boos-
aar digen vorm. Maar
in
de broeder sferen van die taal
is
dan toch een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's