De gemeente gratie - pagina 649
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
645
DE GEMEENE GRATIE EN DE ZONE GODS.
gebouw gaat er iets
maar door
bezien,
zijn
bestek of plan te raadplegen. Schort
aan de fundamenten, dan breekt
komen
niet het huis
af,
om
zoo
bij
en te zien hoe ze liggen, maar dan raadpleegt
die
fundamenten
hij
het bestek, en dat bestek zegt
te
hij
hem hoe
de fundamenten
zijn,
want
naar dat bestek zijn ze gelegd, en naar dat bestek is het huis er op gebouwd. En zoo nu ook staat het met de kennisse Gods. Ook deze Opperste Kunstenaar en Bouwmeester heeft eerst zijn plan of bestek gemaakt in zijn
eeuwig Besluit, en naar dat Besluit heeft Hij gebouwd.
Om
dus
te
weten hoe dat gebouw in elkaar zit, raadpleegt Hij niet dat gebouw zelf maar raadpleegt Hij zijn eigen bestek of Besluit, en daaruit komt Hem de kennisse toe van heel het samenstel der dingen. God kent niet de dingen omdat ze zóó zijn, maar ze zijn zóó^ omdat God ze zoo kent, en alzoo gekend heeft van eeuwigheid af. Onderzoekend welk het verband is tusschen het Middelaarschap van Schepping en Verlossing hebben wij dus niet te vragen, hoe deze beide later in onderling verband optraden, maar hoe dit verband door God gelegd is in zijn Besluit. Het spreekt toch vanzelf, dat niet wij dit verband gemaakt hebben, maar dat het buiten ons bestaat, en niet anders kan bestaan, dan God zélf het gelegd
heeft.
Laat ons nu het beeld van een kranke mogen nemen, die geneest zonder dat hem een uitwendig medicijn wordt toegediend, iets wat onder minder beschaafde volkeren nóg als regel geldt, en ook onder ons weer als goede regel,
door de dusgenaamde „natuurheelkunde" wordt aanbevolen. Zonder
ons toch voor het oogenblik in het vraagstuk van het nut der medicijnen te
verdiepen, staat vast, dat
het ganschelijk verkeerd
vrij
algemeen de overtuiging veld won, hoe
was, toen
men
in
eene vroegere periode, in
plaats van aan de natuur recht en vrijen loop te laten, integendeel de
natuur van het kranke lichaam in haar werking belemmerde door een
opeenhooping van
allerlei
geneesmiddelen, soms tot in het dwaze opeen-
gehoopt en dooreengemengd. Deze reactie nu tegen vroegere overdrijving gaat uit van de erkenning der waarheid, dat, waar krankheid intrad, de
natuur zelve aanstonds aan het werk gaat, om de verkeerde invloeden te bestrijden, of de onwelkome bestanddeelen uit te drijven. Deze genezende werking der natuur is nog in allerlei nevel gehuld, en ook zijn er gevallen, waarin deze
actie der
natuur te kort schiet, maar dat ze bestaat ontkent
thans niemand meer, en dat het zaak in
den weg
staat thans
te leggen, bij
maar
deskundigen vast.
alle
is
aan die reactie der natuur niets
er zich op te baseeren, en ze te bevorderen,
Wat
is
nu deze
reactie
van onze
natuur tegen ingeslopen krankheid? Is de werking die daarbij plaats grijpt een tweede het minst
iets,
niet.
dat
Het
bij
is
de gewone krachten van onze natuur bijkomt? In
niets anders
dan de gewone energie van onze natuur,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's