De gemeente gratie - pagina 606
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
LIJDEN EN SCHULD.
602
De
dierzelfde „gratie".
constante bostaat dan hierin, dat God, met
allerlei
graadverschil,
den vloek van de natuur en de zonde van het hart,
en beteugelt.
De
progressieve daarentegen
is
dan
die
stuit
andere werking,
vs^aardoor God, onder gestadigen vooruitgang, het menschelijk leven steeds
en innerlijk tot rijker en voller
overvloediger tegen het lijden wapent, ontplooiing brengt.
Hiermede nu hangt het saam, dat
er tusschen
den aard van deze beide
werkingen der „Gemeene gratie" een diep ingrijpend verschil bestaat.
Bij
de
„Gemeene gratie" namelijk handelt God buiten den mensch om; bij de progessieve werking der „Gemeene gratie" daarentegen treedt de mensch zelf als instrument en 'tnedewerker Gods op. Als Adam na zijn val niet op staanden voet sterft, maar de dood in hem wordt tegengehouden, dan is dit een werking die God rechtstreeks uitoefent. En zoo ook, als in Abels hart de zonde sterker gestuit wordt dan in het hart van Kaïn, dan is dit een rechtstreeksche genadewerking in Abels hart. Zoo was het toen, en zoo is het nog. Dat de zon ons niet verteert maar koestert, brengt God zelf, buiten ons om, teweeg. Geen mensch doet daaraan iets af of toe. En zoo ook, dat de kiemen der misdaad, die ook op den bodem van uw hart liggen, bij u niet ontkiemden, terwijl dit bij den moordenaar en echtbreker wel zoo was, ligt aan een verschil van Gods rechtstreeksche constante werking der
genadewerking
Maar
bij
anders. Als
mensch
het hart van den één en het hart van den ander.
in
de progressieve
we
werking der
gratie"
letten op het onmetelijk tusschen de wijze
van plaats naar plaats beweegt,
dit
—
geheel
waarop thans de
siert,
allerlei
voorwerpen van kunst weet
veraangenaamt en
verrijkt,
deel geweest
nacht, en
is
is,
dan staan
we
te ver-
en den toestand
nog onder de negerbevolking van Afrika voortbestaat,
aller
is
zich voedt en kleedt en woont, zich ontwikkelt en bezig houdt, zich
vaardigen, en zijn leven die
„Gemeene
gelijk die
eens
voor een onderscheid als van dag en
nauwelijks een zeer zwakke vergelijking tusschen beide geheel
uiteenloopende toestanden van menschelijk leven denl^baar. Welnu, tot die
waartoe thans het menschelijk leven kwam, is het niet gekomen met een sprong. Het heeft daartoe een zeer langen weg afgelegd, en op hoogte,
dien langen
weg
is
de allengs bereikte ontwikkeling, vooruitgang en be-
schaving verkregen als het resultaat van menschelijke inspanning, menschelijke worsteling,
en menschelijke
menschelijke uitvinding, menschelijke samenwerking
genialiteit.
Natuurlijk werkte ook in dit alles
God de Heere, en was
er geen voor-
uitgang van één duizendste milimeter, op wat gebied ook, buiten of zonder
God. Maar toch, op rechtstreeks,
dit
nooit buiten
terrein
werkte God de Heere nooit onmiddellijk
den mensch om,
maar
aldoor in en door den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's