De gemeente gratie - pagina 470
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TEGEN DEN VLOEK.
466
Dat
die
in
natuur ook de plant school, waaruit linnen en katoen, en
en evenzoo de zijworm, waaruit eens de
aan
Adam
zijde
zou gesponnen worden, was
en Eva nog onbekend, en ook de kunst,
draad te halen en dien draad te weven, zou eerst
bij
om
uit
de plant den
verdere ontwikkeling
God aan den mensch getoond worden. Gereed als het ware was alleen waarmee God zelf de dieren bekleed had, en waar nu de mensch aarzelen, of het hem wel vrij stond, een dier te dooden, kunnen had nog door
het kleed
ten einde
met
vacht of huid zichzelven te dekken, daar treedt de
zijn
Goddelijke genade met een daad tusschenbeide, en de pelsvacht, die van
een dier
is
afgenomen, wordt den mensch omgehangen. God had die vacht
in het dier bereid,
om
er
den mensch meê
te
bedekken.
En
zoo heeft dan
de mensch, van meetaf, ook geen oogenblik in onzekerheid verkeerd, wat
hem ten deze te doen stond. Zoover de kennis der volkeren opklimt, vinden we steeds den mensch oorspronkelijk gedekt met de vacht der dieren. En het algemeen besef, dat we ons mogen en moeten dekken, om de schadelijke
invloeden van den dampkring terdege te bestrijden,
staanbaar, dat zelfs
zij,
is
derwijs onweer-
die het ijverigst tegen het gebruik
van middelen
opkomen, zich inmiddels steeds wel en goed gekleed aandienen, en alzoo hun eigen persoon het bewijs leveren, dat ze op dit punt althans hun
in
eigen beginsel verloochenen.
Het komt er maar op aan, dat men zich beter dan dusver rekenschap van de uitgebreidheid van de gevolgen van den vloek. Denkt men daarbij uitsluitend aan bepaalde ziekten, en dusgenaamde volksrampen, of ook aan persoonlijke ongelukken, dan is het natuurlijk, dat men zijn theorie van lijdelijk onder de straffende hand Gods te moeten verkeeren, ook alleen op die soort uitingen van den vloek toepast, en de inconsequentie niet voelt, om in het gewone leven van allerhande middelen gebruik te maken, maar in die bepaalde gevallen hun gebruik te veroordeelen. Maar dit is geeft
een door en door valsch standpunt, dat zich noch voor de rechtbank der
Heihge
Schrift,
verdedigen
noch met het oog op de ervaring ook maar een oogenblik
laat.
Niet voor de rechtbank der Heilige Schrift
;
want
als
na den val de
gevolgen van den vloek in de Heilige Schrift worden aangeduid dan
is
er
noch van ziekten, noch van persoonlijke ongelukken, noch van volksrampen
maar wordt,
gewezen op die algemeene ellende, van den vloek op ons menscheUjk leven drukken zal. Het „kinderen baren met smarte" is niet een ziekte, noch een volksramp, maar het gemeene lot der vrouw bij de voortplanting van ons menschelijk geslacht. En zoo ook, dat de aarde distelen en doornen zal voortbrengen, en dat de mensch zijn voedsel niet dan met groote inspanning aan de aarde zal kunnen afwinnen, is niet exceptioneel, maar ziet op den gansch gewonen toestand van ons menschelijk leven, door alle sprakC;,
uitsluitend zelfs,
die in het dagelijksche leven, ten gevolge
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's