De gemeente gratie - pagina 425
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
;
DE TWEEDE NATUUR. catarrh of verkoudheid is
dit gedurig het geval.
is
de catarrh geheel te verjagen. Maar, en hierop wijzen, zulk een catarrh kan ook chronisch worden, d. w. z. het
we
kan gebeuren dat ze een wijziging brengt,
men
onderscheidt ziektevorm,
uw
de natuur van
d.
w.
lichaam teweeg-
eigen natuur opwerkt.
In de geneeskunde
tusschen den primairen, secundairen en tertiairen
zelfs z.
uw
uit
tusschen krankheidsvormen die nieuw in het lichaam
en tusschen andere zoodanige die ontstaan
ontstaan,
men ook
van verwant karakter. Doch hoe
toestand van ons lichaam altoos,
in
daarin nestelt, en nu voortaan, zonder eenige aanleiding of
zich
voeding van buiten,
ziekten
Sterk niezen of zweeten
om
dikwijls voldoende
willen
421
noemen
wil,
de zaak
voorafgaande
uit
deze wijziging in den één.
blijft
Het beteekent
dat iets wat in ons of aan ons gebeurt of ons overkomt, iets in
onze natuur achterlaat, er een vasten zetel in verkrijgt, en nu als eigen
macht
in
onze natuur werken gaat.
Dit wonder verschijnsel nu kan in het algemeen genoemd worden de
van ons bestaan. Bleef de indruk
of inwerking van het ééne oogenbUk zonder gevolg voor de verdere oogenblikken van ons bestaan ging met elk nieuw oogenblik al het voorafgaande teloor, zoo zou elke samenhang, elke continuïteit in ons leven ontbreken. Er zou geen ontwikkeling, geen vooruitgang mogelijk zijn. We zouden steeds dezelfde blijven,
continuïteit
evenals een thermometer, die hoe ook het kwik of de wijngeest in de glazen buis
stijgt
of daalt,
altoos dezelfde
thermometer
aard geen wijziging ondergaat. Maar nu heeft
geschapen, dat er in ons leven continuïteit
een snoer
is
van aaneengeregen kralen
is,
God ons d.
w.
z.
of paarlen,
blijft,
en in
zijn
zoo wonderbaar
dat ons leven niet
maar het beeld van
een zich voortst uwenden stroom, van een groeiende plant draagt, en daardoor
de gesteldheid van onzen persoon rusteloos
brengt,
óf,
want dat
is
er
wijzigt,
en óf verder
de onafscheidelijke keerzijde van, achteruitzet
en doet verminderen. Eerst groeien we, maar ook op den ouden dag ver-
minderen we. En nu
het wel waar, dat ook plant en dier, omdat ze
is
naar het beeld van den mensch geschapen vertoonen,
maar toch
nu nog haar
soortgelijk
zijn,
verschijnsel
dan zwak en schaduwachtig. De zwaluw bouwt de arke van Noach, maar omgekeerd wat afstand
niet
nest, als in
tusschen Noachs arke en een atlantische mailboot, die naar de nieuwe
wereld opstoomt? Het
is
dan ook
in
den inensch
van onze natuur op zoo wonder sterke wijze vooral gevoelt zoo ge
mensch en engel
alleen, dat ge deze aard
ziet
uitkomen
vergelijkt. Bij
;
iets
wat ge
de engelen wordt
ons niets gemeld van achteruitgang of vooruitgang. Ze
zijn opeens goed kwaad, maar blijven dan ook zooals ze zijn, en het is alleen in den mensch, dat we dit mysterie van de hebbelijkheid of van de continuïteit, en daarmee het proces van vooruitgang of achteruitgang zien uitkomen. En
of
steeds openbaart zich dit daarin, dat zich door gewoonte, zede of hebbe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's