In Jezus ontslapen - pagina 274
.OPDAT MEN HET IX UWE HAND GETe".
258
In die zielsgesteldlieid uu ontwaart ge, lioe liet oog van uw zich stavend richt op den last van moeite en verdriet dien ge zoo bitter te dragen hebt, en waar uw ziel onder bezweek. Het is of de Heere niet op u noch op uw somber gepeins, maar alleen en eeniglijk op die moeite en op dat verdriet zijn Vaderoog gevestigd houdt. Eu daarvan laat uw God niet af, tot zijn doel bereikt is, en gij het in het eind verstaat, dat ge dat drukkende pak van uw moeite en uw verdriet in zijn hand liM over te geven. De Heere komt niet tot u om uw lijden aan te zien en te klagen met het geklag van uw ontroerd gemoed. Hij komt om uw moeite en uw verdriet van u op Zich te nemen. Alleen maar Hij neemt het niet met geweld. Gij zelf moet het Hem overgeven. Eu daarom staart Hij zóó rusteloos en zóó lang op den last, die u neerdrukt, tot ge eindelijk verstaat wat dat Goddelijk staren zeggen wil, en ge met een laatste geloofsinspanning dien last omhoog heft, en dien voor het aanschijn
God
,
,
uws Gods op
,
zijn altaar nederlegt.
En dan
drukt het Goddelijk oog iets uit alsof het ons zeggen wilde „ Nu zijt ge weer als een kind voor uw Vader geweest ", en dan voelt ons hart weer hoe rijk het is zulk een ontfermend God als onzen Vader te bezitten. Een gewaarwording, alsof God een oogenblik de starreu de starren liet en van heel de wereld zijn zorge aftrok om eeniglijk met óns bezig te zijn, en om Zich om ónze moeite en óns ,
:
,
,
,
verdriet te
bekommeren.
En vraag nu niet, of van dat oogenblik af gij dan nu zonder moeite en zonder verdriet zijt. Immers dit ware de gemeenschap met uw God weer verbreken en niet verstaan wat uw God voor u deed. Die moeite dat verdriet dat Hij in zijn hand nam zijn niet neutraal. Er staat vw naam op. Er ruischt de weemoed van uw hart in. Er kleeft het bloed viver ziele aan. Het is uw moeite, het is im verdriet. Een last des lijdens die bij u hoort, waar uio eigen verleden in nawerkt, waar de koorden van uw eigen innerlijk bestaan door liggen heengestrengeld en dat, al rust het nu in Gods hand, toch nog met duizend onzichtbare vezeleu aan uw eigen innerlijk zielswezen vastzit. Het was toch geen uitwendig leed, dat los, en buiten uw hart om, op u werd gelegd, en dat van u kon worden afgenomen, gelijk een kleed dat men u uittrok. ,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's