De gemeente gratie - pagina 486
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE DOOD EEN TE BESTRIJDEN VIJAND.
482
In het Oude Verbond ziet ge dan ook, hoe de dood als een vijand Gods ontwijdde en ontheiligde. zelf
De Hoogepriester van Jehova mocht deswege
naaste bloedverwanten niet begraven. Alle aanraking met een
zijn
om weer Levietisch rein te worden, moest een worden gebracht. Duidelijker kon het wel niet worden uitgedrukt, dat God den dood verafschuwt, en de dood Gode een wederpartijder is. Maar ditzelfde wordt nu volstrekt niet enkel van den dood geleeraard, maar ook ziekte, denk slechts aan de melaatschheid, maakte onrein voor God en eischte verzoening. Was nu de melaatschheid geen doode maakte onrein, en offerande
pestilentie?
Was
Overkwam
ze niet van
ze geen oordeel?
Was
Was
ze geen plage?
ze geen straf?
Godswege den ongelukkige? Ongetwijfeld. Maar desniettemin maakte ze onrein, was ze een booze macht, die over den bezochte kwam, en moest die booze macht als vijand afgeweerd en bestreden worden. Israƫls wet zegt dan ook van verre niet, dat de bezochte onder het oordeel Gods lijdelijk verkeeren moest. Integendeel de zorgvuldigste strijd tegen de melaatschheid
Een
opgedragen.
priester
overtreden hebben.
God
recht voor
En dan
eerst
kon een Jood zeggen,
te staan, zoo hij in
een vijand zag, die op
alle
den bezochte zoowel,
is
Jood zou God verzocht en
lijdelijke
bij
als zijn
den
wet
zulk een plage,
de melaatschheid, evenals in den dood,
manier moest worden bestreden. Zelfs de muren
van het huis moesten worden afgekrabd.
Zoo bevestigt
zich,
we gekomen
waartoe
er niet tegen strijden,
Gods
in
van den dood waren.
maar
Aan er
bezien, geheel
uit
de voorstelling,
het leed toegeven, en er in berusten,
stil
onder
zitten, is zonde, is
een vijand
maken van een en bejegent. Op dat
de hand werken, en zich tot een bondgenoot
macht, die
God
als
een vijand tegenover zich stelt
Be dood is de laatste vijand, kan daarom niet genoeg de aandacht worden gevestigd. Natuurlijk is de dood niet de eerste vijand: De eerste vijand blijft Satan. Maar na Satan gaat in twee lijnen stelhge
woord der
de vijandschap
uit.
Schrift:
Eerst in de geestelijke
in de uitwendige lijn door vloek en dood;
Kgt nu aUe uitwendig leven,
of
liiernamaals
lijden,
en
door val en zonde, en daarna
lijn
en op die
lijn
van vloek en dood
alle lichamelijke ellende, die
ons in dit
overkomen kan. De oplossing van de moeielijke Gods
vraag, hoe beide bestaan kan, eenerzijds dat de ellende een straffe is,
en anderzijds dat wij de ellende met
sprong van het
lijden niet in
God
ligt,
te
macht bestrijden moeten, is gaan op den oorsprong van
is
ingezien, dat de laatste oor-
alle
dan ook niet op te lossen, dan "door terug dood en ellende in Satan. Eerst als helder
maar
in
den Duivel, kan het klaar
voor ons worden, hoe de ellende over ons moest komen, en hoe toch tegen de ellende, evenzeer, en niet minder dan ten plicht
is
gesteld.
strijd
strijd
tegen de zonde, ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's