De gemeente gratie - pagina 581
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN. dat
soms
het
betoon
aangrijpend
van
577
een w^eldadigheidszin
zulk
menschelijk hart geëerd heeft. Maar een heel andere vraag
Verzekeringswezen hebt af
te keuren,
omdat het
Wie
heid voor de toekomst in hoofdzaak afsnijdt. toch,
dit
is,
het
ge het
of
betoon van weldadig-
dit
wanen
zou,
bedenke
dat in vroeger eeuwen het menschelijk leven nog zoo oneindig veel
meer dan thans aan
allerlei
schade en gevaar was blootgesteld; en ook,
dat dit meerdere gevaar en deze hoogere schade destijds, door het vero, zoo menige uiting van liefde te voorschijn waaraan thans niemand meer denkt. Neem b. v. de gastvrijheid. Toen
leenen van hulp en bijstand, riep,
men
het reizen steeds gevaarUjk was, en
oudtijds
geen onderkomen
in
de meeste plaatsen
vond, moest wel de regel der gastvrijheid als een heilige
ordinantie heerschen,
om gemeenschap
onder menschen mogelijk
te
maken.
En evenzoo, toen men telkens in gevaar van overval, inbraak, roof en moord verkeerde, moest wel de vriendschap een karakter erlangen, dat van een trouwverbond voor goed en leven gelijk stond. En zeker lag er in die heilig geachte gastvrijheid, en in die heel den persoon en heel het leven opeischende vriendschap iets schoons, een eere
met het
sluiten
voor ons menschelijk hart.
Toch
zijn
beide in dien zin nu de wereld
uit.
Althans in beschaafde
meer voor. Een onbekende die zich kort landen komen voor het nachtelijk uur bij ons aanmeldde en nachtverblijf vroeg, zouden we niet meer in onze logeerkamer opnemen, maar óf afwijzen óf hem geld voor logies geven. En ook moet erkend, dat een vriendschap als eertijds aller eere was, in die diepte, naar dien omvang, en met dat karakter, thans bijna niet meer voorkomt. De toenemende beschaving, de meerdere ze in dien zin niet
veiligheid,
de betere communicatie, de
meer hebben deze beide schap,
uitingen, zoo
gerieflijker
logementen, en zooveel
van gastvrijheid
als
van een vriend-
het leven voor den vriend inzet, een einde doen nemen. Er
die
is
geen plaats meer voor in onze huidige saamleving. Zult ge nu deswege zeggen: Die gastvrijheid en die vriendschap op leven en dood waren zoo kostelijke uiting van menschelijke liefde, dat
we
beter doen met de
veilig-
heid en de gerieflijkheid van het leven weer af te schaffen, en weer de
oude dagen vrijheid
te
doen terugkeeren, waarin het leven vanzelf zulk een gast-
en zulk een
niemand.
Men moge
vriendschap tot aanzijn riep? Neen, zoo oordeelt er
soms
dichterlijk
gevoelen naar die meer romantische
God
kent,
zijn
Vader
in
over klagen, en zelfs heimwee
tijden,
de hemelen, dat
maar inmiddels dankt, wie met vrouw en kinderen in
hij
zooveel veiliger en rustiger tijden leven mag.
Welnu,
juist
zoo staat het ook hier.
Het
is
volkomen waar, dat voor-
zoover het Verzekeringswezen nog niet doordrong, er af en toe rampen n.
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's