De gemeente gratie - pagina 291
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN DE HEILIGMAKING.
komen, voor Paulus een oorzaak van
lof
287
en dank. Maar dit
nam
niet
weg
dat de heiligmaking onder hen de zonde der zinlijkheid nog niet meester
was geworden, en dat nog toestanden onder hen voorkwamen, die in de Joodsche kerken ondenkbaar zouden geweest zijn. Met het banketten stond het niet beter. De Griek was feestvierder van natuur. Altoos festijnen, banketten, maaltijden. En daardoor kwam het, dat zich onder hen, en niet in Palestina, de gruwel voordeed, dat ze ook het heilig Avondmaal des Heeren misbruikten, als ware het een offermaaltijd in een Heidenschen tempel, „niet onderscheidende het lichaam des Heeren". Wij kunnen ons dit zoo niet meer voorstellen, maar in Corinthe waren er, die van het Avondmaal een drinkgelag hadden gemaakt, en elk onderscheid tusschen de tafel der duivelen en de tafel des Heeren hadden uitgewischt. Oppervlakkig zoudt ge nu zeggen, dat dit allen hypocrieten moeten geweest
maar Paulus behandelt de quaestie hier slechts een gebrek
als
zoodanig
niet.
Hij
zijn,
doorziet, dat
van heiligmaking spreekt, dat ganschelijk
uit
de
omgeving, waarin ze leefden, verklaard werd, en daarom te ernstiger moest
worden te keer gegaan. Deze voorbeelden nu zijn grof, stuitend, ergerlijk. Maar als ge nu ziet, hoe in de gemeenten van Palestina weer andere zonden voortwoekerden, die saamhingen met het Joodsche leven, dan blijkt hieruit toch, dat de voortgang in heiligmaking, althans wat den vorm voor het leven betreft, wel terdege afhankelijk is van de levenswijs, van de usantie en de publieke opinie, die heerscht in de omgeving, in het midden waarvan de kerk van Christus optreedt. In de ééne omgeving werkt de gemeene gratie sterker en anders dan in de andere omgeving; en al naar gelang deze actie van de gemeene gratie
is
in het land,
onder het volk, in de stad, of
in het
dorp waarin de gemeente van Christus optreedt, en de bekeering der ge-
vorm en de graad zijn, waarin de heihgmaking onder hen uitkomt. Staat dit feit alzoo vast, dan is het van aanbelang ook op dit punt nader in te gaan, en bij onze beschouwing over de heiligmaking meer dan dusver geschiedde ook met de gemeene gratie
loovigen plaatsgrijpt, zal ook de
te rekenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's