De gemeente gratie - pagina 666
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DOEL DER KERK OP AARDE.
662
uit
niets
omtrent den zielsstaat van de inwoners
een land, maar
in zulk
het getuigt alleen, dat de publieke opinie, het algemeene bewustzijn, de
heerschende denkbeelden, de zedelijke vormen, de wetten en gewoonten in zulk een land en onder zulk een natie duidelijk den invloed verraden, die het Christelijk geloof er op heeft uitgeoefend. Dit is dan wel te danken aan de Particuliere genade, maar het openbaart zich op het terrein der Gemeene gratie, d. i. in het gewone burgerlijke leven. Die invloed leidt er
ook
toe,
om
in
het publieke recht en in het publieke leven de slavernij
af te schaffen, de positie der vrouw te verbeteren, de openbare eerbaarheid te handhaven, den Sabbat te eeren, zich de armen aan te trekken, het
ideale
boven het
hoog
stoffelijke
het menschelijke uit
zijn
te
houden, en, tot in vorm van omgang,
inzinking tot hooger standpunt op te heffen.
Dit verstaat niet, wie acht dat Christus
gekomen
is,
om
door het innemen
van éen hooger zedelijk standpunt boven het standpunt van Sinaï uit te Dan toch stelt men het zich voor, dat er eerst is geweest een lagere
gaan.
zedelijkheid, en dat
nu het wezen van het Christendom daarin
bestaat, dat
het ons een hoogere zedelijkheid heeft geopenbaard. Juist de voorstelling die
men nog
steeds vindt
bij
een ieder en in iederen kring, die
zelf buiten
het geloof staat, en het wezen van het Christendom niet verstaat.
gekomen
verstaat weet, dat Christus niet
ontbinden,
maar om
is
om
Wie
die te vervullen; dat alzoo het zedelijk standpunt
Godswege werk van den Christus nooit lager
of hooger
maar
dat
de wet en de profeten te
altoos gelijk
is
van
gesteld; en dat het
werken van Satan te verbreken, en tengevolge hiervan ook de macht in den mensch en in de maatschappij der menschen te sterken, om het door God verordende standpunt nader bij te komen. En wel nader bij te komen, niet alsof daardoor de zaligheid en het eeuwige leven ware te gewinnen, maar om het menalleen ten doel heeft de
schelijk leven hier op aarde
minder sterk tegen Gods gebod
Met heihge wetsvolbrenging
ter zaligheid heeft alzoo het Christelijk karakter
van een
natie,
van een land,
of
van een Staat niets hoegenaamd uitstaande.
Dan zou deze wetsvolbrenging moeten en
dit is toch
genomen en
bij
plaats hebben uit een oprecht geloof,
de natie, noch in het land, noch
als zoodanig,
bij
den Staat
als geheel
aanwezig. Ze zou dan Gods eere moeten bedoelen,
en van zulk een bedoeling zou aan de wet Gods in
is in
alle
dien strengen zin niets te ontwaren. Ze
deelen conform moeten
ternauwernood enkele deelen daarvan gebrekkiglijk
Van deze
te laten ingaan.
zijn,
en ze
blijkt
te volbrengen.
confessioneele opvatting, die het Christendom misverstaat als
een zedelijk instrument van hooger orde, moet dus geheel worden afgezien,
en onomwonden worden erkend, dat een Christelijke natie, een Christelijk land, een Christelijke Staat en zooveel meer, niet anders beteekenen, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's