De gemeente gratie - pagina 146
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW.
142
des Heeren zou worden, was in het minst niet onverschillig.
Ge moogt
evengoed moeder des Heeren
niet zeggen, dat iedere andere jongedochter
had kunnen
Ook
al
zijn, en het kindeke Jezus aan haar borst had kunnen zogen. was toch de ontvangenis des Heeren absoluut uit den Heiligen
reeds in de dracht gingen er zoo veelzijdige invloeden van Maria
Geest,
op haar heilig kindeke te
uit,
dat het zinloos ware, ook
maar een oogenblik
denken, dat deze invloeden, van elke andere vrouw uitgaande, geheel
dezelfde zouden zijn geweest.
van haar vleesch
maandenlang
is
zelfs is
Haar bloed nam Jezus
in zijn
aderen op,
het vleesch des lichaams van Christus geformeerd,
de klop van het bloed
En
levensbloed in den Christus geweest.
in al
haar hart, de klop van het het ons nu niet gegeven
is
de grenslijn te trekken tusschen dit bijzondere dat de Christus van Maria ontving, en dat algemeen menschelijke dat
hij
door Maria uit
Adam aannam,
toch ware het stuitende oppervlakkigheid, het bijzondere in Maria's verschijning hierbij voor niets te rekenen.
Zelfs
de Heilige Schrift verbiedt ons
Schrift de persoon
de Schrift getrouw
van Maria derwijs blijft,
elk gevaar
dit.
Ook
afgesneden,
is
al stelt
toch de Heilige
de schaduw, dat voor wie aan
in
om
het Kindeke achter
de moeder te doen schuilen, toch laat de Heilige Schrift Maria niet als een op zichzelf staande jonge maagd optreden, maar veeleer toont ze ons lijn, die uit Eva uitkomt, over Seth weer afscheidt, en voorts in Abraham, Izaak en Jakob, en ten slotte m Juda en David haar nadere bepaling vindt. Tot op zekere hoogte zou men zelfs kunnen zeggen, dat het is, of heel de historie des Ouden Verbonds, wat de geslachten betreft, slechts het ééne doel najaagt, om Maria, en straks uit Maria den Christus, voort
in
Maria het eindpunt van een heihge
en Enos doorloopt, in
Sem
zich
te brengen.
De
of wil
veredeling,
geheel deze lange
lijn
men, deze afwering van verbastering, heeft op
plaats door afzondering en afscheiding. Zoo raken
de Sethieten af van de Kanaanieten, de Semieten van Chams en Japhets nakomelingen, Abrahams geslacht van
zijn
bloedverwant
in Ur, Izaiik
van
Ismaël, Jakob van Ezau, Juda van Simeon en Jakobs overige zonen, en straks nogmaals
Natuurlijk
is
in
Davids huis of
die schifting
overspringing van geslachten, doorgegaan, tot in
stam van de overige Judaeërs.
Isai's
ook daarna in Davids stamhuis, al is
bijzonderheden na te gaan.
En
zoo
uitgeloopen op Maria,
om
in
is
zij
het ook met
het ons niet vergund, dit
dan ten langen
leste deze
God
bestelde,
bereide, en alzoo alleszins geschikte instrument te doen optreden,
waardoor
levende
lijn
haar het door
én de menschelijke natuur uit Adam, én de vrucht der gemeene het rijkst en zuiverst voor de Vleeschwording des
gratie,
Woords gereed zou
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's