De gemeente gratie - pagina 85
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE
IN
81
DE SCHEPPING GEGROND.
XI. De
geineeiie gratie in de schepping gegrond.
Opdat vervuld zonde worden, wat gesproken is door den mond opendoen door ge-
profeet, zeggende: Ik zal mijnen lijkenissen
;
ik zal
voortbrengen dingen die verborgen waren
Matth. 13
van de grondlegging der wereld.
35.
meer dualistische verhouding tusschen natuur en van Roomsche zijde eerst al meer w^erd vastgezet, en
Tegenover de min genade, gehjk
:
zij
of
daarna op averechtsche
w^ijze
door de Dooperschen nog verscherpt, hand-
haaft alzoo de Gereformeerde belijdenis de voorstelling van een door
God
gewilde correspondentie tusschen natuur en genade, die in de Schepping zelve,
en dus ook in het Scheppingsbesluit als zoodanig, gegrond
Gelijk Matth.
13 35 ons zegt, dat de symboliek :
d.
i.
ligt.
de zinbeeldige over-
eenstemming, tusschen het leven der natuur, w^aaraan Jezus nissen ontleent, en de mysteriën des Koninkrijks, die
hij
zijn gelijke-
erin hult, reeds
van vóór de grondlegging der wereld opkomt, zoo ook bestaat er volgens onze Gereformeerde belijdenis oorspronkelijk verband en oorspronkehjke
samenhang tusschen de ons door God toebedachte natuur, en de door Hem ons verleende genade. Gelijk ons oor op de tonenv\;^ereld
is
aangelegd en
de tonenwereld op ons oor, zoo ook sluiten natuur en genade op elkander.
En
al
is
het,
dat de kinine die het koortsvuur in ons bloed moet blus-
van een boom genomen en ons van buitenaf toegebracht wordt, toch zou deze medicijn ons geen baat kumien brengen, als deze medicijn schen,
niet
met onze natuur, en zoo ook onze natuur
niet
met deze
medicijn, in
verband stond. Dit beginsel nu beheerscht onze belijdenis van den mensch in den staat der rechtheid, bij wien we geen tweeheid kunnen aannemen; zoodat ontkennen dat
hij
in
zijn
natuur alleen een leven zou ontvangen
hebben dat met de gegevens van deze aardsche existentie overeenstemde, onderwijl dan de geschiktheid voor het hemelsche leven hem als een hooger iets
aan
zijn
natuur zou
zijn
toegevoegd.
En
dit zelfde beginsel
evenzoo onze belijdenis van de gemeene gratie, waarin
we
wat zeggen dat de haar oorspronkelijk inwonende krachten en vermogens haar zijn ontnomen, maar deels tot werkeloosheid zijn gedoemd, deels, wat
onze menschelijke natuur niet verminkt, maar verdorven wil^
niet
beheerscht
uitspreken, dat
haar werking betreft,
in
andere kracht dan de
liefde,
haar tegendeel
maar geheel
zijn
is;
omgezet. Haat
is
dezelfde kracht, alleen
niet een
maar
in
ook
in
haar tegendeel omgezet.
Nu
blijven intusschen deze in haar tegendeel omgezette krachten,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's