De gemeente gratie - pagina 436
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TEMPERING VAN DEN VLOEK.
432
men den ouden
dag,
dan komt die oude dag bijna zonder uitzondering met
gebreken, tot het lichaam gesloopt wordt en In dit alles nu
we nederdalen
in het graf.
een zeer persoonlijke bedeeling, die tot zeer onderscheiden
is
levenslot leidt, en geheel afgezien nog van invallende krankheden, is
men noemt zwakke
wat
het hebben van een „sterk en krachtig gestel", of ook van een
constitutie,
met
of zonder de
zaden van erfehjke ziekten, een geheel
op zichzelf staande bedeeling van Gods Voorzienig bestel, die voor onze levensexistentie van zoo ver reikenden beteekenis alle .
is.
Komt nu
krankheid, ook alle erfelijke krankheid uit den vloek,
lende die als gevolg der zonde over deze aarde
gekomen
alle
d. is,
zwakte,
de
uit
i.
dan
el-
is alle
betrekkelijke gezondheid, alle kracht van gestel en constitutie, alle bloeiend
vermogen in het lichaam, niets anders dan een vrucht van die gemeene waardoor het God belieft de verdervende krachten af te weren en te stuiten. Zelfs kan men zeggen dat wanstaltigheid en leelijkheid van voorkomen de natuurlijke vrucht van de ellende is, zoodat we ons de figuren en gelaatstrekken in de plaatse des verderfs niet anders dan afstootend schril en onooglijk kunnen voorstellen. Is het dan ook, dat een
gratie,
volk, een geslacht, een gezin, een persoon fierder, beter en schooner voor-
komen
en gelaat vertoont, zoo
in gestalte
van de
„gemeene
vrucht den ééne
en
gratie",
rijk
blijft
is
ook
dit niet
God ook
anders dan vrucht
om
hier vrijmachtig
deze
en den andere soberlijk te verleenen.
I.VII. De natuur
niet irreligieus.
In het zweet nws aanschijns zalt gij
tot
zijt.
de aarde wederkeert,
Want
gij
zijt
stof,
en
gij
dewijl
gij gij
brood eten, totdat daaruit
genomen
zult tot stof wederkeeren.
Gen. 3
Ons
niet tevreden stellende
met de algemeene
belijdenis, dat
genade de kracht en de gevolgen der zonde voor tempert,
zagen
al
19.
in zijn
wat mensch heet
we nader de vraag onder de oogen, hoe deze we deze Voorzienige werking Gods in
toegaat. Daarbij deelden
God
:
tempering naar twee
waarvan de ééne over de engelen loopt en de andere regelrecht Nu is het eerste punt: de gemeene gratie die over de engelen loopt, afgehandeld, zoowel wat de sonde als de ellende betreft. En ook is daarna afgehandeld de regelrechte werking van deze genade op
lijnen,
naar ons uitgaat.
ons menschelijk leven, zoowel wat aangaat het tegenhouden van de ont-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's