De gemeente gratie - pagina 476
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
BESTRAFFEN, SCHELDEN, TOORNEN,
472
ons
om
leert,
allerlei
God
dat
tegen dat oordeel, tegen die
zelf
den mensch
waar heel
spil
dan
uit
dit
vreeze van tegen
v^^eigeren
kinine in te
ze
al
God
den
schijn,
Dat
is
dan
om
w^entelt. Zij
van de middelen
heil zoeken,
dit
tot lijdelijkheid neigen en in het afzien
die
tegen die ellende, met
tot verzet tegen zijn vonnis uitlokt?
ook het eigenlijke punt, de
doen
straf,
middelen, den strijd op te nemen, heeft het dan niet
vraagstuk
hen een koorts, nemen, omdat de koorts hun van God toete strijden. Overvalt
om
komt, en het uit dien hoofde verzet tegen Ged zou wezen,
die koorts
tegen te gaan. Zullen ze van die koorts verlost worden, dat moet
God
zelf
hun ootmoedig gebed. De zonde, zoo oordeelen ze, was opstand tegen God. Worden we nu ter oorzake van dien opstand tegen God gestraft, dan is de eerste voorwaarde om genade te erlangen, dat we nu van alle verzet tegen God en zijn gerechtig oordeel ons gestrengelijk onthouden. Overkomt hun alzoo krankheid of ongeval, dan achten ze het goddeloos, ook maar iets daartegen te doen, hun
uit
gratie verleenen, en de straf opheffen op
God zouden
vreeze dat ze nogmaals tegen
vraag
is
Nu
rebelleeren.
tegen
zijn
Gods gebod hebben gedaan. De
vonnis, gelijk ze het in het Paradijs tegen
derhalve niet te ontwijken: Is gebruik van eenig middel tegen
eenig lijden dat
God ons
af te laten, en dat
we
God zelven?
toezendt, metterdaad strijd tegen
dan zeggen ook
Is het dit,
wij zonder voorbehoud, dat
liever het ontzettendste lijdelijk
we
er van
hebben moeten ondergaan,
dan dat we bevonden worden, de hand tegen God op te heffen. Om nu dit punt voor de rechtbank der Heilige Schrift tot klaarheid brengen, beginnen in
Luk. 4
:
we met
Ons wordt daar gemeld, dat Jezus
39.
te
op wat ons van Jezus bericht wordt
te wijzen
te
Kapernaüm
zijnde,
het huis van den visscher Simon binnenging, en daar hoorde hoe Simons
schoonmoeder met een harde koorts
bed
te
lag.
Ze was, zoo staat
er,
„met
een groote koorts bevangen." Daarop, zoo luidt het verhaal, ging Jezus
naar de kamer waar
zij
strafte hij de
Een
koorts.
lag,
ging staan aan het hoofdeinde, en toen
be-
bestraffing die ten gevolge had^ dat ze opeens
beter was, en kon opstaan, en het middagmaal aanrichten. Let nu eens
scherp op wat Jezus deed. Hij zei niet: Daar
maande haar
niet aan,
geen genade voor haar
om in,
lijdelijk
is
niets aan te doen. Hij
onder die koorts
om van
die
te berusten. Hij riep
koorts verlost te worden. Neen,
Jezus treedt rechtstreeks tegen die koorts zelve op, als tegen een kwaad, dat niet
met
bestraffen.
rust
Nu
mag worden
sluit
gelaten, en hij doet dit door de koorts te
„bestraffen"
Bestraft Jezus nu die
in,
dat
vrouw? Zegt
hij:
hetgeen ge bestraft schuldig
Dat komt nu van
is.
uw zonde?
Neen, Jezus bestraft niet de kranke vrouw, maar de koorts, die haar be-
vangen houdt. Het kwaad
zit
niet
bij
krankheid, die haar overviel. Die koorts is
de schuldige.
En daarom
Petrus' schoonmoeder, is
maar
bij
de
hier de booze macht. Die koorts
tegen die koorts richt Jezus
zich.
Haar
bestraft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's