De gemeente gratie - pagina 280
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
276
EEN STAD OP EEN BERG.
zeer zeker zeggen,
dat „de wereld" te zoeken
is
in
de sferen van het
Heidensche, Mahomedaansche en Joodsche leven, maar die tegenstelling heeft geen oogenblik vat op
meente van Christus
ons hart. Als de Heilige Schrift ons de ge-
wereld overstaande, en ons waarschuwt tegen wereldgelijkvormigheid, bedoelt ze een niet-Christelijk gehalte van het leven, waarmee we dagelijks in aanraking komen, en waarvan we toont, als tegen de
Waar
de verleichng ondergaan.
dagelijks
vinden? En
bij
die vraag wijst
men
is
nu voor ons
wereld te
die
u op wereldsche kringen, op wereldsche
gezelschappen, op wereldsche vermaken, op wereldsche literatuur en wereldsche instellüigen. Edoch, als ge nu de personen nagaat, die deze wereld-
sche kringen vormen, dan bevindt ge, dat ze zoogoed als allen gedoopt, tot het heilig
tegenstelling
Avondmaal
zijn. De maar in de
toegelaten, en leden van Christus' kerk
tusschen kerk en wereld bestaat alsdan
niet,
gemeente bestaat er tegenstelling tusschen Christenen, die wezenlijk
be-
en naam-Christenen, die geheel tegen het wezen der kerk overGaat ge daarentegen inzien, dat die duizenden en duizenden personen, die inderdaad en in waarheid aan niets gelooven, aan geen bekeering denken, en met het heilige den spot drijven, dus ook niet in Christus' kerk lijden,
staan.
thuis te
om weer
hooren; dat de kerk zich van deze heeft af te zonderen,
stoelen
op eigen wortel; en dat de kerk van Christus, tot die kleine
ingekrompen, maar weer wezenlijk kerk geworden,
juist dan weer haar invloed op staat en maatschappij zal kunnen uitoefenen, dan keert ook op eenmaal de Schriftuurlijke tegenstelling tusschen kerk en wereld terug; dan worden kerk en wereld twee grootheden; dan heeft de kerk van Christus haar aanwijsbare grenzen; en dan heeft het weer zin om der kerk toe te roepen, dat niet zij den verderfelijken invloed der wereld ondergaan moet, maar harerzijds een zegenenden, heiligenden en
proportie
verfrisschenden invloed op die wereld heeft uit te oefenen. gelijkvormigheid"
is,
zal
Onze tegenstanders
zien
het privilege, alsof alleen
hieruit,
met hen gemeen. Verschil
de vraag, schappij
dat
zij
Of
uitgaan.
belijdend
of
schoot der kerk op te
op een berg zijdelings
ten onrechte beslag leggen op
den burgerstaat. Dat
is
integen-
ontstaat tusschen hen en ons eerst
bij
hoe de zegen van Christus' gemeente op heel die burgermaat-
moet
het volk,
„wereld-
zelven een hart hadden, voor heel de maat-
zij
schappij, voor heel het volk en voor heel
deel ons
Wat
dan weer worden verstaan.
die zegen
niet
nemen
uitkomt
belijdend, ;
of
hetzij rechtstreeks,
door heel
geloovig of niet geloovig, üi den
wel middellijk door de kerk
als
een stad
het midden der burgermaatschappij te laten liggen, en
in
invloed ter verheffing en ter veredeling van haar op de burger-
maatschappij te laten uitgaan. Natuurlijk onze bede, of
we
al
onze
blijft
het ook ons begeeren, en
landgenooten tot de volle belijdenis van het
Evangelie brengen mochten. Maar dit afgebeden resultaat
is
nooit bereikt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's