De gemeente gratie - pagina 339
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET OPTREDEN DER GELOOVIGEN IN DE WERELD. van dappere,
flinke,
335
uw
nobele soldaten, zoo moet dan ook de wereld
wat schoone heirschare van trouwe, dappere dienaren en dienaressen Hij voor zich te winnen wist. Verwarring van begrippen is hier alzoo ondenkbaar. Er is volstrekt niet
Koning eeren, omdat aan n
blijkt
om
bedoeld, dat ge zoetsappig en laf u naar de wereld voegen of
gunst bedelen zoudt. Integendeel, dat zou de wereld niet
DuideHjk moet het veeleer
u prijzen.
u uitkomen, dat ge niet van de wereld
in
en niet haar, maar Christus
in
haar
uw Koning
als
eert,
en dat ge
zijt,
als ingelijfd bij
heirscharen den strijd tegen die wereld hebt aangebonden. Maar te midden van dien strijd moet gij zoo kloek en moedig voorkomen, en u zoo edel en weiaangenaam weten voor te doen, dat uw tegenstander zelf onder den bekorenden indruk van uw dapperheid, uw beminlijkheid en zijn
uw
edelen zin komt, en het ten slotte aan Jezus moet benijden, dat een
heirschare van zoo edele ontroofd,
en voor
zijn
rijk
mannen en vrouwen door hem aan de wereld gewonnen is. De tucht moet in die heirschare
van den Christus zóó uitstekend en zóó overvloedig de wereld
bij
al
den haat dien ze God en
onder de bekoring van ziet,
Met de
zijn,
dat
komt, en haars ondanks zich genoodzaakt
vooral in mystieke kringen soms geliefkoosde „geestelijke zalverij",
men
het wel genoemd heeft, heeft deze zelfreiniging alzoo niets ge-
meen. Dat er op een
vruchten
in
Christus toedraagt, toch
de uitnemendheid van dezen Koning te eeren.
gelijk
wekt
zijn leger
zijn
bij
tijd
om met
uit zijn,
zekere deftige gestalte rond te loopen,
de wereld veeleer onuitstaanbaren weerzin, en
al
moge het voor
de eenvoudige vromen misleiden, de meer ontwikkelde kinderen
Gods doorzien toch het
ijdeltuitige
terstond, en dat opzettelijk
spreken, en
wat
meer
dies
vroom zij,
van deze geestelijke gekunsteldheid
zijn in kleedij
heeft nooit en
en gebaren, en toon van
nimmer
in
de kerk van
Christus anders dan een voorbijgaand oogenblik indruk kunnen maken. Het
met wit bepleisteren van een grauwen en gescheurden muur was nooit oprecht, en kon daarom nooit stand houden. Toch vergete men niet, dat elke richting en elke prediking, die de zelfreiniging niet in het midden der wereld, maar in de verborgen tente, niet in verband met de gemeene gratie, maar uitsluitend als vrucht van particuliere genade predikt, schier noodwendig tot dezen geestelijken hoogmoed, die het graf voor alle waarachtige vroomheid
is,
en trouw verkeeren
uitdrijft.
in
en begint het kind van
Op
dat standpunt toch
is
God
eerlijk
eerst dan door de reten te gluren, als er iets
specifiek geestelijks bij komt. In dat specifiek geestelijke
de hoofdzaak gezocht.
een braaf,
de wereld nog niets dan wat een ander ook kan,
En daar
tüt specifiek geestelijke
wordt dan vanzelf
dan ook
in
zekeren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's