De gemeente gratie - pagina 38
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
WAAROM DEZE
34
OPLOSSING ONBEVREDIGEND?
maakte men zich op, om die meerdere kennis te verspreiden. Dit bracht de Moderne school terstond in conflict met de orthodoxie. Niet alsof de orthodoxie
het verspreiden van die meerdere kennis partij trok,
tegen
maar deze school kon niet anders dan de orthodoxie beschuldigen, dat zij opzettelijk de menschen dom hield in geestelijke zaken. Daar had men kostelijken Bijbel!
zijn
Wat
heerlijk
boek niet voor de opvoeding van ons
menschelijk geslacht! Maar de orthodoxie belette den lieden het kostelijke
van
boek
dit
En
stond.
in
in te zien.
mythe
of
kwam
het aan.
van
in
sage.
te
Ze deed gelooven, dat het
waar was wat er
zien,
Alleen op het godsdienstig-zedelijke in de HeUige Schrift
En om
daar smaak in te krijgen, en daar het verhevene
moest men den Bijbel beschouwen, zooals
het deden. Boek voor boek onecht, zoo eerst zou
alles
dat was ongerijmd. Er waren geen wonderen. Dat alles was
men
al die
zijn Bijbel liefkrijgen
Modernen,
zij,
wonderverhalen verzonnen, en
en leeren waardeeren. Zoo klonk
de belofte, en rusteloos werd afgegeven op die booze orthodoxie, die
matig
dit
schoone licht der Heilige Schrift verdonkerde.
vrucht van deze moderne toch
bij
hoek
actie,
we zeggen
stelsel-
En wat was nu de maar dan
niet bij het eerste,
het tweede geslacht? Geen ander, dan dat heel de Bijbel in den
ging,
meer in las, en dat men thans mannen en vrouwen vindt, die aan den
dat zoogoed als niemand er
reeds in deze kringen ontwikkelde
inhoud der Heihge Schrift geheel vervreemd
zijn.
Intusschen school achter deze Moderne zienswijze een beginsel, dat .nog rusteloos doorwerkt, lang nadat het
Modernisme
zelf
reeds als een over-
wonnen standpunt kan worden beschouw^d. Dit beginsel nu bestaat hierin, dat men den mensch beschouwt als een wezen, dat, naar vaste wet, zich van lager naar hooger ontwikkelt. Hoe dit begonnen was, liet men in het eerst onbesproken.
Wel
loochende
men
het scheppingsverhaal en het
maar toch had men aanvankelijk nog geen scherp van den mensch in zijn oorspronkelijken toestand. Men
verhaal van den val, belijnde voorstelling liet
dat blauw-blauw, en voelde geen drang, daar dieper in door te dringen.
Maar
werd anders toen de dusgenaamde uitvinding van Darwin macht Men kent Darwins stelsel, hierop neerkomende, dat er geen soorten geschapen zijn, maar dat alle soorten van wezens zich van heverlede uit éénzelfde wezen ontwikkeld hebben. Met name werd dit van de dieren beweerd. En toen eenmaal werd aangenomen, dat een slak en een paradijsvogel, een zeekwabbe en een hert in den grond uit één type kwamen, was de sprong niet zoo groot meer, om ook dit
over de geesten begon te krijgen.
verwantschap aan te nemen tusschen een hoog ontwikkeld dier en een nog zeer laag staand menschelijk wezen. Een Hottentot of Bosjesman en een orang-oetang of chimj^ansee verschilden toch reeds niet zoo heel veel.
Nam men nu bovendien nog was vergeleken bij de veel
aan, dat een Hottentot reeds zeer ontwikkeld
lagere menschensoorten, die aan
hem waren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's