De gemeente gratie - pagina 377
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRANSCENDENTIE EN IMMANENTIE.
aiiderlijk,
God
in
onveranderlijk zijn Wezen, en
is
punt, hooren
we
het dwaasheid van berouw^
is
Spreken we daarentegen
te spreken.
373
menschen van óns stand-
als
we
bedreiging van Gods toorn aan, en voelen
eerst de
ons daarna verkwikt door de afwending van het oordeel en het intreden der ontfermiugen, dan kunnen stelling
rouwd
wij,
menschen, naar onze menschelijke voorbe-
heeft van het kwaad, dat Hij had aangekondigd over zijn volk te
brengen. Zelfs in de verhouding van een aardsch vader tot
we
God
uitdrukken, dan door te zeggen, dat het
niet anders
dit
zijn
kind vinden
dezelfde tegenstelling. Als een kind niet ten goede, wil, zal een vader
dat als laatste middel
inzien,
om
het van
zijn
boozen toeleg af te keeren,
een hoogst ernstige bedreiging moet gebezigd worden. Die bedreiging bezigt
dan ook, maar in het hij
met de
niet zoozeer stil
bedoeling,
om
het daartoe te laten komen,
vertrouwen, dat juist die bedreiging reeds de gewenschte
uitwerking zal hebben, en haar uitvoering overbodig zal maken. Toch speelt
dan
hij
niet
komen, en
met
zijn kind.
Neen, zoo
zijn
kind niet keert, zal het er toe
van het vaderlijk woord
juist die ernst
dan de gewenschte Het kind keert
heeft
uitwerking. Zijn vaderlijke toorn grijpt het kinderhart aan.
om, en hierdoor
we nu God
is
de vaderlijke toorn ontwapend. Zoo en niet anders zien
ook met
zijn
volk omgaan. Hij behandelt
zijn
volk geheel op
de manier van zulk een ernstig gestemd vader. Hij vermaant dat niet, dan vertoornt Hij zich en dreigt;
gaande verbolgenheid, en dat dreigen van heeft omgekeerd, dan laat ook
God van de
maar
als
zijn toorn,
dreiging
af,
ontferming tot de zijnen, en in dien zin nu heet het, dat
gehad van het kwaad dat Hij gedreigd had over
En
zeg nu niet, dat
voorstelling op
zij
te
we dan
zijn
dan
en helpt
eerst,
juist die hoog-
het hart des volks keert zich weer in
God berouw
heeft
volk te brengen.
het veiligst gaan met die menschelijke
zetten en uit te bannen,
aan de voorstelhng die voor God zelven
geldt,
om
ons alleen te houden
want daarmee zoudt ge een
wezenlijk en onmisbaar bestanddeel van de Openbaring in haar opvoedend
karakter prijsgeven; iets waaraan meer dan één Gereformeerde zich maar al
te
zijn
te
lichtvaardig bezondigd heeft.
Gelijk wie
met een vreemde
eigen gedachten moet overzetten in diens taal
worden, en ook
gij,
als
drukken op zulk een wijze
om
door
hem
ge met een klein kind spreekt, u als
in
spreekt,
verstaan
uit
de kinderwereld verstaanbaar
hebt is,
te
zoo
om met ons menschen te handelen, wenden en met ons omgaan op menschelijke wijze. Dat is zijn nederbuigende goedheid, maar een nederbuigendheid van zijn hefde, die onmisbaar was, om op ons te kunnen inwerken. Niemand verstaat, zegt de apostel, wat des menschen is, dan de geest des menschen die in hem is. Niet God is beperkt, maar wij zijn beperkt. Goddelijke dingen kunnen alleen dan op ons inwerken, als ze ons op menschelijke wijze worden aangebracht. En dat God op zulk een wijze met ons kan omgaan, verklaart ook kan het niet anders, of God moest,
zich tot ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's