In Jezus ontslapen - pagina 197
„uw LEYEN MET CHKISTUS VERBOKGEN
181
IN GOd".
zal Christus alleu vol-
Als vrucht van zijn eeuwige offerande maaht voor God stellen.
Ons leven, dat nu met Christus in God verborgen is, zal dan met hem geopenbaard worden in storelooze zaligheid. Zeg zelf, waar bleef dan nog plaats voor wisseling of verandering, voor vernieuwing of voor hooger ontwikkeling, voor overgang uit lagere in hoogere toestanden voor een alsnog worden van wat niet reeds in onze volmaaktheid besloten lag'? En waar zoo God zelf in zijn Woord ons het eeuwige leven voorstelt, wie zal daar nog zeggen durven, dat het uitzien naar zulk een heerlijkheid het grijpen ware naar iets wat niet God ons toezei, maar Satan ons voorhield? ,
Ge begrijpt het niet, en ge verstaat het niet. Het is het mysterie der eeuwigheid, En dit kan niet anders want hier zijt gij gestorven ,
eeuwige leven, dat ge in kiem reeds ontvingt, verborgen in God.
Maar juist zelf reeds in
daarom
is
uw hand
is
,
en dat
met Christus
het er, veel wezenlijker dan dat ge het hieldt.
Eu daarom wordt ook u gezegd, dat ge nog een weinig tijds wachten zult, „want eerst dan, als Christus zal geopenbaard zijn, (lie uw leven is, zult ook gij met hem geopenbaard worden in heerlijkheid."
Yan
^gelijk God te zijn." is dan ook geen sprake. Hier immers ligt de grens, dat God dit eeuwige leven vdt zich zelf en in zich-zelf bezit en dat wie in Christus ontslapen is, het alleen als genadegif te van zijn God ontving. Den Zoon, nieit u, noch uw ontslapene in Christus is het gegeven, het leven in u zelven te hebhen. Dit juist is van alle echte vroomheid het onveranderlijk keumerk, dat wij ons leven niet in ons zelven zoeken, maar buiten ,
ons zelven in Christus. Zeker, wie gedronken zal hebben van het water dat de Middelaar toereikt, het zal in hem worden tot een fontein, springende tot in het eeuwige leven maar altoos afgeleid altoos van buiten ons toegevloeid, altoos een ontvangen schat. Nooit voor ons de roem. Voor God alleen de glorie, en voor ons de nooit eindigende dankzegging, de lof en de aanbidding. Der vaderen God ook onze Vader, en wij nooit anders dan .
:
zijn kinderen.
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's