Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 22

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 22

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

2 minuten leestijd

HET OP TE LOSSEN VRAAGSTUK.

18

dan toch niet

Rom.

1

te

gunstig beoordeelt,

te

waar de

verwijzen,

het dan genoeg, kortweg naar

zij

schrikkelijke zonde van het Heidensche

staat, om u te overtuigen, dat Paulus gemeene gratie waarlijk niet van het Heidensche zijn uitspraak van de leven als zoodanig, maar van het licht dat nog in dit zondig leven uit-

leven in

straalt,

al

haar schrilheid geteekend

bedoeld heeft.

Doch hierover

in

een volgend

artikel.

III.

Het vraagstuk nader

Maar

ik zie

toegelicht.

eene andere wet in mijne leden, welke

strijdt

tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder

de wet der zonde, die

in

mijne leden

is.

EoMEiNEN

men

In aansluiting aan onze Belijdenis, kan stuk,

waarom de

lieden

ter oplossing

telkens mee-

der wereld zoo

7

23.

:

van het vraag-

en de belijders

van Christus zoo telkens tegenvallen, verwijzen naar vier uitspraken der Heilige Schrift.

De twee

van de lieden der wereld toelichten zijn: van den éénen kant Rom. 3 12 „Te zamen zijn zij onnut geworden er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe;" en van den anderen kant Rom. 2:14: „De heidenen doen van nature de dingen die der wet zijn." die u het meevallen :

En

;

:

daar tegenover staan dan de twee andere uitspraken, die u de tegen-

stelling tusschen ideaal

en werkelijkheid

verstaan: eenerzijds de hooge toon in het vleesch wandelen,

bij

de belijders des Heeren doen

Rom. 8:1: „Wij

maar naar den Geest

;"

die niet

meer naar

en anderzijds Rom. 7 23 „Ik :

:

my

gevangen neemt onder de wet uitspraken met opzet alle vier uit der zonde, die in mijne leden is." Vier den éénen brief aan de kerk van Rome genomen, om zekerheid te bezitten, dat ze niet toevalhg alzoo tegenover elkander staan ten gevolge van een

zie

eene andere wet in mijne leden, die

verschillend redebeleid of afwijkend uitgangspunt. In eenzelfden brief toch

kan van uiteenloopende wijze van voorstelling geen sprake wezen. En bovendien, in dien brief aan de Romeinen volgen de uitspraken, waarop

we wezen,

paarsgewijze nog wel vlak op elkander. Het ééne paar

Romeinen twee en laatste

Nu

drie, het

andere paar

uit

Romeinen zeven en

is

uit

acht; de

twee slechts door drie verzen vaneen gescheiden.

heeft zeer zeker alleen het aangehaalde uit

Romeinen twee en

drie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 22

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's