De gemeente gratie - pagina 396
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEBONDEN EN TOCH
392
lijken
verstands,
VRIJ.
datzelve zullen wij niet curieuselijk onderzoeken,
meer
dan ons begrip verdragen kan, maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordeelen Gods, die ons verborgen zijn, ons tevreden houdende, dat wij leerjongens van Christus zijn, om alleen te leeren hetgeen Hij ons onderwijst van zijn Woord, zonder deze palen te overtreden." Dit is, gelijk men ziet, absoluut gesproken. Het vangt met de Schepping aan, en bezien.
zijde
is
gebonden aan het
Theologisch,
stuksgewijze ervaring.
Catechismus
als
zoo
men
Besluit.
wil,
Het
is
de zaak van Gods
en alzoo niet ingaande op onze
Slaat ge nu daarentegen den Heidelberger op, die
zich juist
aan het subjectieve van onze ervaring aansluit,
dan wordt dat absolute karakter losgelaten, en wordt ge uitsluitend paald
onzen, in zonde en ellende verwikkelden levenstoestand.
bij
be-
Op
de
Vraag 63: Wat verstaat gij door de Voorzienigheid Gods? wordt toch dit antwoord gegeven: „De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders
hand nog onderhoudt, en alzoo
zijne
alle schepselen, gelijk als
met
regeert, dat loof en gras, regen en
droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en
krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet zijne vaderlijke
hand ons toekomen." En
als
bij
geval,
maar van
nader gevraagd wordt, waartoe
deze wetenschap ons dient, dan luidt het antwoord evenzoo in onderwerpelijken
zin:
„Dat wij
in allen
tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar
wat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onzen getrouwen God en Vader, dat ons geen schepsel van zijne hefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzoo in zijne hand zijn, dat zij tegen zijnen wil zich noch roeren, noch bewegen kunnen." Reeds zijn
mogen, en
in alles,
de enkele uitdrukking nu, dat God de dingen alzoo regeert, dat ook „vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede" ons van
zijn
Vaderhand toekomen,
bewijst,
dat de Catechismus zich tot
onzen in zonde verwikkelden toestand bepaalt. Immers noch onvruchtbaarheid, noch krankheid, noch armoede, noch eenig stuk van onze ellende, is
in
het Paradijs of in het Rijk der heerlijkheid bestaanbaar. Er wordt
hier alzoo uitsluitend gehandeld ling.
Iets
wat nog nader
van onzen huidigen toestand van worstehet tweede antwoord, waarin zelfs de
blijkt uit
„tegenspoed" vooropstaat, en ons leven wordt voorgesteld als gestadiglijk
en voortdurend bedreigd door de booze machten die het op onzen ondergang toeleggen, en nu verderven zouden, zoo God ze niet in toom hield. Niet natuurlijk, alsof daarom de Heidelberger de gebondenheid van de Voorzienigheid aan het Besluit zou ontkennen. Dat blijkt wel anders uit
het
36»*
Antwoord, waar het zoo kras en scherp mogelijk
in dezer
voege
wordt uitgedrukt, dat „God alle dingen door zijn eeuwigen Raad en Voorzienigheid, onderhoudt en regeert", en alzoo beide zelfs in één adem saam worden genoemd. Maar toekomende aan de nadere uitlegging van de Voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's