De gemeente gratie - pagina 316
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TWEEËRLEI WIL.
312
lingen, hij
gewoonten en van omgeving, aan wier overwicht en heerschappij is. Dan doorziet hij nog niet, dat zijn geloofsbeginsel ook deze dingen een gansch andere beschouwing eischt, en hij leeft in
onderworpen
voor
al
beschouvmigen nog voort, zonder
die vroegere
te
doorgronden, hoe ook
anders moet worden.
dit alles
Nemen we slechts een enkel voorbeeld. Toen er in het begin van deze eeuw ten onzent op staatkundig gebied nog geen staatkundige groep was opgetreden, die ook de staatkundige overtuigingen uit het geloofsbeginsel
waren
afleidde,
en
die
er nochtans tal
van personen
die tot bekeering
kwamen,
voor hun diepste ik zeer wel wisten, dat ze uit den dood in het
leven waren gevolg,
dat
overgegaan.
Doch
dit
had daarom volstrekt nog niet het
aanstonds ook in hun politieke zienswijze tot de juiste
ze
denkbeelden kwamen. Integendeel, honderden van deze mannen hebben geleefd en zijn gestorven zonder ooit de eischen van het geloof voor de
regeering van het land doorzien te hebben, en bleven niettegenstaande
hun wedergeboorte en bekeering, steeds staatkundige denkbeelden aanhangen, die het ongeloof tot wortel hadden. Zelfs nu nog zijn er landen, gelijk b.v. Zwitserland en Frankrijk, waar men van Gereformeerde zijde nu nog niet tot het inzicht van dit onderscheid in pohtieke beschouwingen gekomen is. Gevolg waarvan dan is, dat uit het verborgen gemoed het herboren ik spreekt, terwijl op staatkundig gebied het ik dat zegt: Ik
denk zus en
zoo,
nog altoos het onherboren ik
Nog een ander voorbeeld kan van
Christus
is.
dit verschil duidelijk
maken. Toen de kerk
Abrahams
pas de wereld inging, leefden de zonen
in
de
Joodsche beschouwingen omtrent den ceremonieëlen dienst. Dit kon niet
waren
anders. Daarin niet buiten de
ze opgegroeid. Ze
besnijdenis.
namen de dagen waar. Ze konden
Ze meden onreine
spijzen.
tegenover de heidenen. Alleen wie zich in Israël
worden gered. Toen nu velen
proseliet
Ze stonden scherp
liet
inlijven,
kon
als
uit deze kinderen Abrahams tot
den Christus bekeerd werden, sprak het vanzelf, dat het geloofsbeginsel, dat hun was ingeplant, den eisch met zich bracht, dat ze al deze Joodsche beschouwingen lieten varen, en de echt Christelijke denkbeelden over dit alles
om
aannamen. Of
het anders uit te drukken, hun bekeering tot den
Christus eischte dat ze ook
met heel hun bewustzijnsleven
uit
der schaduwen in den dienst der vervulling overgingen. Maar
onbetwistbare volstrekt niet. achterlijk. in
En
den dienst al
was
dit
eisch
van het geloofsbeginsel, ze deden het daarom nog
Hun
bewustzijnsleven ging zoo snel niet meê. Dit bleef
zoo kreeg
men
het verschijnsel van mannen, die oprechtehjk
Jezus geloofden, die toch nog hangen bleven in ceremoniën die Christus
vervuld en daarmee afgedaan had. Gedurig merkt ge dan ook in Paulus» brieven,
met name
in die
aan de kerk van Galatiö, wat
strijd
Paulus met
deze nog niet doorgewerkte personen te voeren had, vooral waar de Joden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's