De gemeente gratie - pagina 369
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE RAAD GODS. gelegen te
dat
zijn,
God
vooruit
ziet, in
365
welke nooden we verkeeren
zullen,
zullen, en nu vooruit maatregelen welke ongelegenheden we om te bewerken, dat op het gegeven oogenblik, als de nood er is,
geraken
in
neemt;
de verzorging van dien nood
blijke.
Dit intusschen
is
natuurlijk heel iets
anders dan de „alomtegenwoordige en alvermogende kracht Gods, waardoor Hi] alsof de
dingen onderhoudt en bestuurt." Het
alle
wereld buiten God
om
een voorstelling,
is
haar loop en beloop neemt, alsof
uit
dezen
loop der dingen allerlei verlegenheden ontstaan, en alsof God, dit uit de
verte aanziende, en gadeslaande, nu zijnerzijds tusschenbeide komt, en in
de ongelegenheid voorziet, en zulks doet, niet door pas op het oogenblik zelf in te grijpen,
dat
maar door reeds vooruit de dingen
de redmiddelen aanwezig
zijn,
op een schip dat den oceaan oversteekt,
orkanen woeden gaan, er verbaasd over bedacht
schip op alles
is
alzoo te beschikken,
eer de nood komt. Gelijk een reiziger er
als
noodweer komt en de de kapitein van het
staat, zooals
geweest, alles aan boord heeft wat voor het
trotseeren van het gevaar noodig blijkt te
zijn,
en hoe
hij
door dat vooruit
denken op alles, en meenemen van alles, het schip redt en door den storm hen in behouden haven brengt, zoo is dan ook onze God die wondere Redder, die op de zee van het leven, blijkt alle gevaren eu alle gebeurlijkheden voorzien te hebben, en op het gegeven oogenblik door niets blijkt verrast te worden, maar op alles, tot in het kleinste toe gerekend heeft,
en aldus machtig
Juist
dit
echter
Schrift ons geeft,
wereld tot God eigen loop, en
is
ons te behouden.
met de geheele voorstelhng
van de verhouding waarin God
staat.
God
is
in strijd
is
De wereld
drijft niet
niet een God, die
tot
die de Heilige
de wereld en de
op zichzelve en heeft niet haar
van verre
toeziet,
en vooruit
ziet,
en merkende wat gevaar er dreigen zal, alsnu tijdig zijn maatregelen neemt om dat gevaar te bezweren. Integendeel, de wereld is geen oogenblik buiten Gods onmiddellijke inwerking, en al wat in het woelen en leven der wereld voorkomt, hangt saam met zijn eeuwig bestel. Wil men dus (hoezeer ten onrechte) in dien zin van vooruitzien spreken, dan greep dit plaats in de Besluiten Gods, in zijn eeuwigen Baad, en moet al wat hierop betrekking heeft, thuis gebracht, niet in de leer der Voorzienigheid,
maar
het leerstuk van de Besluiten Gods.
in
het bepalen van wat geschieden is.
„Mijn
zal,
De
Voorzienigheid
is
niet
maar het uitvoeren van wat bepaald
raad zal bestaan en Ik zal
al
mijn welbehagen doen",
is
de
geheel afwijkende gedachte, die de Heilige Schrift aan dat leerstuk ten
grondslag legt; en indien ons van achteren
feitelijk is
alle
blijkt,
dat werkelijk in alle
daarom alzoo tot stand, omdat ding vooruit beschikt en vooruit gekend en vooruit geregeld
ding voorzien wordt, dan
komt dat
door Gods eeuwigen Raad.
De
alleen
rechte Belijdenis hangt hier alzoo
sluitend aan de erkentenis van den eeuwigen
Raad Gods, en aan het
uit-
geloof,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's