De gemeente gratie - pagina 447
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
443
MENSCH EN DIER.
Doch na aldus klaar en
duidelijk
dat het aangewezen
op
gewezen
hebben op de overeenkomst die ten deze tussehen niensch en dier bestaat, behoort thans gewezen te worden op het diepingrijpend verschil, dat op datzelfde terrein door God tussehen mensch en dier gesteld is. Dit verschil bestaat namelijk hierin: 1.
zijn
voor een deel voorkomt, en
te
te
gebruiken middelen
bij
den mensch alomvattend
bij
het dier slechts is; 2".
dat het
dier de middelen
gebruiken moet en gebruikt, zonder eigen oordeel, en
dus zonder keus,
terwijl
doen van keuze regel
bij
den mensch het gebruik van oordeel en het
en
is;
3**.
dat het dier
blijft
staan op de hoogte
waarop het eenmaal geplaatst is, terwijl de mensch in de keus en de aanwending der middelen steeds verder voortschrijdt. Om met dit laatste te beginnen, zoo is het duidelijk, dat de zwaluw van nu en de zwaluw van voor drie duizend jaren, haar nest precies op dezelfde wijze bouwt. Een mierennest van nu en van tweehonderd jaar
Een spinnewebbe
nu nog juist zoo als ze voor eeuwen was. Ge zoudt er geen tentoonstelling van kunnen houden, want het zou u vermoeien door zijn eentonigheid. Ook komt het dier niet verder in het bereiden van zijn spijs of in het afweren van zijn vijand. precies eender.
is
Er
hier noch vooruitgang noch ontwikkeling.
is
Eeuw
eeuw
in
is
keuze
bij
Maar
aanwenden van oordeel
het dier ontbreken zou.
den roof der dieren keuze
die
is bij
niet.
Zij
De
wat het was.
we wezen, en
De
tijger
het dier uiterst beperkt, en geheel
maakt
die
we hebben webbe
dat ge-
of keuze. Niet alsof alle
plaats voor het nest wordt gekozen;
ge berekening.
ziet
Wij kunnen een weefsel, dat haar rag
blijft al
uit onveranderlijk hetzelfde.
in het al of niet
legen
bij
Het
sterk spreekt het tweede verschil waarop
Even
en
of honigraat is
opgezet,
onberispelijk
meet
zijn
sprong.
zijn actie is onvrij.
verknoeien, een spin kunstig, juist naar de
gestelde evenredigheid; lengte der draden en aanhechtingen zijn steeds juist
wat
daaruit bij
ze zijn moeten.
blijkt,
De webbe
is in
haar soort volmaakt. Doch
juist
dat een geheimzinnige macht in het dier den spinnepoot
het weven bestuurt. Het
is
niet een probeeren, en allengs er achter
bekwaam er toe zijn, zonder Van dien kant draagt honigraat en spinwebbe dan ook veel klaarder het Goddelijk merk, dan wat de mensch bouwt of weeft. Doch juist dit toont dat het dier onvrij is, en dat een mystiek instinct het dier drijft en leidt. Het dier is meer automaat dan
komen, maar het
is
een op eenmaal geheel
daarin ooit verder te komen.
de mensch. Alleen maar,
hij is
een automaat niet zooals wij dien kunstelen,
God
maken kan. Dat nu doet het oordeel het dier schier geheel terugtreden. Een spoor van oordeel is er zeer zeker in meer dan één dier, maar ook dit oordeel blijkt uiterst beperkt, en komt niet verder. En wat het derde punt van verschil aangaat, zoo is het klaar, dat het maar een automaat bij
gelijk
die
alleen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's