De gemeente gratie - pagina 372
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE RAAD GODS.
368
vroeger te veel over het hoofd
is
gezien, en
dankbaar erkent
dient, dat
wezen en de beteekenis van „het organisme" heeft doen opgaan. Immers wat God werkt en wat de mensch werkt, wordt niet beter dan juist door deze tegenstel-
vooral onze
eeuw
ling onderscheiden.
eerst het volle klare licht over het
Ruikers en bouquetten maken
wij,
menschen, God doet
bloemen groeien, en wat is nu tusschen die beide anders het verschil, dan dat wij bloemen plukken, en die losse bloemen naar zekere orde van grootte en tint bij elkander voegen en schikken, en saambinden met koord, garen of ijzerdraad. Wij kunnen geen ruiker maken, als we de bloem niet eerst vinden. Voorts kunnen
binden. één,
En
als
zoo de
we
niets
doen dan ze
ruiker gereed
is
los bijeenvoegen of
saam-
en de zinnen bekoort, duurt het
twee dagen, en diezelfde ruiker verwelkt, en wordt
al
spoedig zoo
wanvormig en kwaad-riekend, dat we hem uit ons vertrek vetwijderen en op den mesthoop werpen. Maar God doet bloemen groeien. Hij zet die bloemen niet ineen uit blaadjes en stoeltjes en stampertjes, zooals te werk gaat wie kunstbloemen toovert uit papier, maar Hij laat die bloemen zich ontplooien uit een knop, dien knop aan een steel of stengel uitbotten, dien stengel opschieten uit een kiem, die
kiem
uit
een korrel opkomen, en die
korrel had Hij zich bereid uit een vorige bloem, die Hij evenzoo organisch
bloem haar dagen heeft uitgebloeid, dan zet die bloem vrucht, en in die vrucht nieuw zaad, en uit dat zaad kweekt God straks weer nieuwe bloemen, onderwijl evenzoo aan den ouden stengel bij het weerkeeren van de lente nieuwe knoppen uitbotten. En dat nu, of iets ook maar, dat er naar lijkt, kunnen wij menschen nooit. Ook niet de hovenier, bloemist of boomkweeker. Want wel kan de mensch bepalen bereid had.
En
als straks die
wat soort bloemen hij in zijn gaarde wil zien wassen, en ook kan hij de soorten van bloemen kruisen, maar voor het groeien en bloeien zelf staat hij onmachtig. Dat komt uit de natuur alleen, en wat is de natuur anders dan de almogende kracht Gods? Ons werk blijft altoos de dingen ineen te
zetten,
althans waar het
d.e
zichtbare dingen geldt, en alleen op gees-
beelddrager iets van de heerlijkheid van de denker en de zanger denken en zingen niet mechanisch maar organisch, doch zoo dat ze alleen denken en zingen kunnen, zoo God, de Bron en Werker van al het organische in lum denken telijk
gebied heeft
God aan
zijn
het organische medegedeeld,
of verbeelden organisch inwerkt.
nu alzoo het organische het eigen merk van het werken Gods, dan spreekt het toch vanzelf, dat ge de heerlijkheid van den Raad Gods ten eenemale miskent, zoo ge u dien eeuwigen Raad denkt als een aan-
Maar
is
eenrijging van losse op zichzelf staande besluiten.
En
toch dit
is het,
wat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's