In Jezus ontslapen - pagina 206
-MET HEM ÉÉNE PLANT
190
geen woord, en dat niettegenstaande met name Paulus herhaaldelijk en breedvoerig, van wat na het sterven te komen staat, handelt. En wat het meest treft is, dat ook in de Openbaringen waarin alle vrengde des eenwigen levens in sprekende klenren geschilderd wordt, onder de genietingen die eenwiglijk (iods kind zullen verkwikken, met niet één trek van het „ weerzien" gewag wordt gemaakt. -Weerzien" nu natuurlijk genomen in dien teederen zin, waarin het woord gangbaar is, als weeraanknoopen en voortzetten van den innigen liefdeband die man en vrouw, die moeder en kind. die zuster en broeder, die vriend letterlijk
,
en vriend op aarde verbonden hield. Daarvan vindt ge niets. Een leemte, waaruit ge niet zult afleiden, dat er dus geen herkenning en geen terugvinden zijn zal. Dat staat nergens. Maar een opmerkelijk zwijgen, dat niet uit vergissing of vergeten mag verklaard worden en u stellig vermaant om bij ons denken aan de overzij van het graf, onze ontslapenen die we liefhadden, naar de tweede plaats te verschuiven, en voorop te plaatsen, wat in de Schrift steeds op den voorgrond staat: uw band niet aan wie ontsliep maar uw hand aan Jezus. Deuk maar aan dien man wiens vader nog boven aarde stond en die eerst zijn vader wilde begraven, en die van Jezus ten bescheid kreeg de dooden hun dooden begraven gij „ Laat verkondig het koninkrijk Gods." Niets slechts hier, maar tot over het graf, geldt het: -Wie vader of moeder liefheeft boven mij is mijns niet waardig." ,
,
,
,
,
,
:
,
,
Trekt deswege voor den Heiligen apostel alle voorstelling van hemelvreugde zich saam in dit „ en alzoo zullen tvij altijd met den Heere wezen''\ toch mag ook dit zijn met Jezus niet te :
—
zinlijk
Het
worden opgevat. zal niet wezen een
zich
om
groepsgewijze
Jezus ver-
zamelen gelijk de vijfduizend aan den oever van het Galileesche meer, noch ook een intiem samenzijn gelijk dat van de jongeren ,
in Jerusalem's opperzaal. Dat „altijd met Jezus zijn"
wordt uitgesproken van alle gezaligden: en hoe zou dan de schare van de millioenen en millioeneu uitverkorenen een schare die niemand tellen kan niet een enkel uur, maar altijd, d. i. van eeuwigheid tot eeuwigheid op zulk een wijze met Jezus wezen? ISTeen, de ontelbaarheid der menigte en de eindeloosheid van het samenzijn sluiten dat uit. .
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's