In Jezus ontslapen - pagina 268
252
-EEN HOOG VEKTREK'
en de onderste uuing van uw God, nog- slechts een stukske der zake is, en dat de vollieid eerst dan komt, als ge van de hulpe Gods tot God zelven opklimt, en in Hem n geborgen voelt. Op tweeërlei wijs is het dan tot innige verdieping bij gekomen. Ge zijt van de uitwendige zijde van uw leed tot den wortel van uw leed in de diepte uwer ziele afgedaald. En evenzoo zijt ge dan van de uitwendige zijde van de hulpe Gods tot de Bron van uw vertroosting in den Almachtige zelven opgeklommen. En dat niet in valschen mj'stieken zin, alsof onze ziel in de
Wezenheid Gods kon indringen. Dat kan het schepsel nooit. En zich dat toch in te beelden is zondige vermetelheid. Neen, het in God geborgen zijn. is geborgen zijn in de (menbaring van Gods Wezen, in wat de Schrift z^/'/i iNVwoa noemt. Zooals ze zegt „ De Naam des Heeren is een sterke toren ". Het is alzoo een zich terugtrekken in de deugden, in de erbarmingen, in de uitstralingen Gods. Zoo ook zeggen we, dat een lelie des velds in de zou bloeit, niet alsof ze daarmee in het ivezen van de zon maar zoo dat ze in de koesterende uitstraling van de zon gezet is. En in dien zin nu heeft in God zijn hoog vertrek gevonden, niet wie, wat geen schepsel kan of mag, in het Wezen zelf :
,
van den Eeuwige in de heerlijke en vertroostingen.
is
ingedrongen, maar wie geheel opgenomen volheid der uitstralingen van Gods deugden
is
Maar het beeld
blijft daarom zijn volle rijke beteekenis behouden. -Tn tijden van benauwdheden" voelt de ziel zich aangevallen. Ze heeft een pijnlijk angstige gewaarwording van vervolgd en achtervolgd te worden. Ze staat bloot aan rustelooze bestrijdingen. Ze voelt dat ze gezocht wordt, en dat het er om te doen is, om haar krachteloos te maken, te ontzenuwen en te ontwrichten. Ze wankelt. Ze kan niet meer. Donkerheid verduistert haar den blik. Dat is dan niet gewone angst, waartegenover ze moed, het is niet de gewone vreeze, waartegenover ze onverschrokkenheid kan
zetten.
Dat kan nog wel, als ze in worsteling komt met menschen, met personen, met vijanden van vleesch en bloed. Maar heel anders wordt het, als de benauwdheid der ziel opkomt uit zielsverdriet, uit bittere zielesmart, uit een wonde in het hart die bloeden blijft, uit wat innerlijk ons geheele wezen schokt en van
zijn standvastigheid berooft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's