De gemeente gratie - pagina 492
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ONHEILIGE VAN ALLE SMART.
488
die
vloek,
ons menschelijk leven inperkt. Paradijs-oogenblikken had
gesmaakt, voorsmaak genoten van het
druk waaraan
was
der heerlijkheid dat komt.
hij
De
zich, om onzentwil, onderwierp, de druk van het gewone hem genomen, en hij had geblonken in heerlijkheid. Doch
hij
leven was van dit
rijk
slechts een
verademing voor een oogenblik. Dra keert de druk
des lijdens weder, nu zelfs versterkt met „den uitgang, dien
hij
volbrengen
afdalende,
En wat is nu het eerste wat Jezus, van den Thabor ontmoet? Ge weet, het is een vader die Jezus' erbarming inroept
voor
kind,
zou te Jeruzalem."
zijn
lende ziekte."
weer
dat zoo bitterlijk leed aan wat wij zouden noemen „val-
De man
in het water. Hij
het
zei
„Nu eens hij
hem
bij
Nog op het oogenbük dat knaap
zelf:
schuimbekt, ze
valt hij in het vuur, en
knerst met de tanden,
hij
dan
verdort."
Jezus brachten, wentelde de arme
zich in zijn stuiptrekkingen als een ellendehng voor Jezus' oog.
En
wat doet Jezus nu? Jezus, zoo lezen we, bestrafte den onreinen geest, en Ga uit van hem; en het lijden week. Nu was hier blijkbaar de vallende ziekte in kwaadaardig karakter versterkt. Toen Jezus verschenen was, drong de booze macht sterker op den mensch aan, om Jezus te weerstaan. Vandaar al de bezetenen. Maar zooveel blijkt dan toch, dat al zulk lijden ook in verband staat met de demonenwereld, en dat in zulke krankheden een invloed uit de booze geestenwereld op den mensch uitgaat. Dit nu bevestigt wat we straks vonden. In alle lijden iets van den vloek, in allen vloek iets onheiligs, en nu wordt dit onheilige ons nader verklaard als iets dat in zeker verband staat met de werkingen en invloeden van de wereld der demonen. Zoo leeren we dus in het lijden dat ons menschelijk leven drukt, voorweeën van den dood, openbaring van den vloek, inwerking van Satan zien; en aldus wordt het boos, onrein en onheiHg karakter van ons menschelijk lijden ons verklaard. Het wordt ten volle duidelijk, dat in het lijden een Gode-vijandige macht tegen ons overstaat. Het blijkt, zeide:
dat
God
zal doen.
het lijden bestraft en scheldt en bestrijdt, en ten slotte te niet
En
zoo wordt onze roeping steeds duidelijker,
welbewust den
strijd
aan
te binden.
om
tegen alle lijden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's