De gemeente gratie - pagina 564
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
560
schade twee handvatselen, twee kanten, twee zijden dubbel karakter dragen.
En
dat ge u vergist,
Dat ze beide een zoo ge waar geestelijke zijn.
schade uitbrak, of ook maar dreigt, een ieder op zichzelf zoo ook dat ge verhest,
zoo ge denkt of zegt:
„Dat
maar hebben. Straks komt aan ik er
Het
blijft
tobben, en
schade een deel der waarheid uit het oog
stoffelijke
bij
treft
nu hem, en dat moet
hij
nu
mij de beurt, en als die beurt komt, sta
evenzoo voor." is
nu tegen
den grond Pelegiaansche be-
die individuahstische, in
schouwing, dat, ook zooveel betreft de geestelijke schade, het boven aangehaalde
woord van Paulus een
solidair karakter der
hier voor in
volledig protest ten behoeve
zonde indient. Immers
den vorm van een
last,
1".
van het
komt de schuld der zonde
een schade, die
men
te
dragen heeft.
Wordt geconstateerd dat die last, die schade ieder op zijn beurt komt 3. Dat men niet alleen te rekenen heeft met de schade die men reeds beliep, maar wel terdege ook met de schade die nog komen kan. En 4". wordt erkend, dat er in al zulke schade wel eenerzijds een „pak is, dat men voor zichzelf heeft te dragen", maar ook van de andere zijde een deel wat we te dragen hebben met en voor elkander. Voor zoover 2,
neerdrukken.
dit bij vergelijking mogelijk
de Assurantie tegen
bij
is,
zitten alzoo in hoofdzaak alle elementen, die
aanmerking komen,
stoffelijke schade, in
in deze
Apostolische beschouw^ing van den geestelijken last of de 'geestelijke schade
Hoezeer men het ook anders wenschen en afbidden zou, eeuw aan eeuw blijft de zonde voortwoekeren en ieders hart bedreigen, gelijk ook op stof-
in.
felijk
nu
gebied
stelt
staan,
allerlei
ellende voortwoelt en ons levensgeluk bedreigt.
de Apostel als regel, niet het individueele een
maar
het
saam dragen van elkanders
iegelijk
En
op zichzelf
lasten.
txxv. Het Verzekeringswezen
En na werken en
alles,
om
(vervolg).
wat over
ons gekomen
onze groote schnld, omdat
belet hebt, dat wij niet ten onder zijn
is
om
Gij, o,
onze booze onze God,
vanwege onze onge-
rechtigheid, en hebt ons eene ontkoming gegeven, als deze
EzBA
9
:
is.
13.
afzonderlijke rekeningen als er menschen op aarde menschen saam tot één geestelijke vennootschap behoorende, en saam met ééne onmetelijke schuldrekening tegenover God
Niet dus zoovele
leven,
maar
alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's