In Jezus ontslapen - pagina 46
^ZIJ ZIJN GELIJK
30
DE ENGELEN
Yoor zoover ge met uw afgestorvenen een baud in Christus in zooverre blijft die band eeuwiglijk. Al het overige valt wanneer ge zelf gelijk een engel Gods in den hemel zijn zult weg. hadt
,
,
Zelfs
bij
het
graf
mag
het
schepsel
zich
nooit
vóór
den
Eeuwige dringen, en waar ons sentiment er in weemoed toe neigt, om hiertoe verlokt te worden, hebben we die gevoelsbeweging te weerstaan.
De poging, om als het graf gesloten is, ons zeker voortgezet gemeenschapsleven met onze lieve dooden in te beelden, leidt dan ook stellig van den godvruchtigen weg af. Dat pogen is heerlijk, als het een leven uit de herinnering is, maar het raakt het spoor bijster, als we aan onze afgestorvenen denken, als op ons neerziende en ontwarende al wat we doen en wat ons wedervaart. Dat ook voor hen die van ons gingen de herinnering nawerkt, mag aangenomen worden. Anders zou herkenning ondenkbaar wezen. Maar van wat na hun dood op aarde gedragen ze geen kennis. „ Abraham weet van ons niet schiedt en Israël kent ons niet, maar Gij, o, Heere, zijt onze Vader." Zelfs de gedachte, dat het neerzien op ons van onze dooden ons van zonde zou afhouden, kan hierin niets veranderen. Wat zondig is zullen we schuwen, niet ter oorzake van onze afgemaar ter wille van den Heere onzen God. , Tegen U storvenen riep David uit, tegen U alleen heb ik gezondigd" en alleen wat ge om Gods wil laat, heeft zedelijke waardij. Zoo brengt dus het sterven wel waarlijk tijdelijke scheiding teweeg. Alleen de herinnering blijft. Maar buiten die herinnering weten zij die heengingen niets van ons, noch wij iets van hen die van ons gingen, dan alleen in zooverre er zekerheid is van onzen band in Jezus en van een saamverbonden zijn in den ,
,
dienst onzes Gods. Maar juist dat saamwerken in den dienst onzes Gods, toeft niet tot het wederzien. daar boven, en wij hier beneden, blijven in dien dienst Zij van het Koninkrijk onzes Gods verbonden, ook al bouwen zij nu reeds aan een standmuur van den tempel Gods, die hen aan óns oog en ons aan hiin oog onttrekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's