De gemeente gratie - pagina 364
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE EN GODS VOORZIENIG BESTEL.
360
en zeer
stellig
heeft dit aangrijpend
woord ook
zijn
strekking voor het
zaligmakend geloof, maar toch toont vers na vers, hoe ook hier het geloofsoog gericht wordt, niet op de mysteriën des heils, maar althans in de eerste plaats op de grootheid en de wijsheid
dat door de Schepping gegrond
Van den Prediker
Job
treden,
is
in dat natuurlijke leven,
geldt dit nog veel sterker, doch behoeft juist
niet breedvoerig herinnerd
mag
Gods
is.
te
daarom
worden. Maar wat wel op den voorgrond
de heerlijke zelfopenbaring van onzen God, toen Hij
zelf
een onweder toesprak. Naar veler huldigen trant zouden de ver-
in
maners Job terecht hebben gezet door diepzinnige redeneering over den oorsprong, den aard, de proportiën, en de gevolgen, én van de zonde, én van de genademiddelen, die verordend ongeloof,
boven
te
te
anders wist dan dat
komen. En
God
zelf
als
uit
zijn,
om
de zonde, ook die van het
men. Jobs boek niet kennende, niet
een onweder geantwoord had, zonder
weten wat, zou men het zich moeielijk anders kunnen
te
dat
God
naamste
knecht Job toegesproken had, althans
zijn
in
voorstellen,
op het terrein des geestelijken levens. Toch
plaats,
dan
de eerste en vooris
zoo
dit
geheel anders in Job 38 vv. te lezen. In vier wonderschoone hoofdstukken
God de Heere
spreekt hier baren,
zelf
Job
om hem
toe,
zijn heerlijkheid te
open-
en waarvan handelde de Heere nu met Job? Antwoord: Van de
Schepping; van de ordeningen der natuur, van de sterren aan het firma-
ment, van den leeuw, van het paard, van de pauw, van het zooveel meer. Alleen Zult
gij
wat God van het paard
het paard sterkte geven?
zegt, frissche
Kunt
gij
nijldier,
en
de herinnering op.
zgnen hals met donder
bekleeden? Zult snuif
is
gij
het beroeren
als
een
sprinkhaan
?
De pracht van
zijn
ge-
eene verschikking,
Het graaft
in
den grond, en het
is
vroolijk in zijne kracht; en trekt
den geharnaste te gemoet.
uit,
Het belacht de vreeze en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard. Tegen hem aan ratelt de pijlkoker, het vlamraig ijzer der spies en der lans.
Met schudding en beroering dat het
is
slokt het de aarde op, en gelooft niet,
het geluid der bazuin.
In het volle geklank der bazuin zegt het: Heah
!
en riekt den
ki'ijg
van verre, den donder der vorsten en het gejuich.
Denkt u
nu,
dat een predikant,
komende
en in het bijzijn van vele geloovigen, sterrenbeeld,
en over een wild
dier,
bij
hem begon
iemand
in
Jobs toestand,
toe te spreken over een
en over een paard, en immers ieder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's