De gemeente gratie - pagina 510
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
'506
DE ZONDVLOED EN DE ARKE.
komen zou; maar wel terdege ook op de GoddeEr werden twee dingen nog niet gezien. Het ééne was de Zondvloed, het andere was de ark, en beide greep Noach door het geloof. Hij zag den vloed met al zijn verschrikking voor zijn geloofsoog opkomen, maar hij zag ook voor zijn geloofsoog de voltooide ark, en door dat geloof zekerheid dat de vloed
lijke lastgeving.
aan de arke der behoudenis
is de ark er gekomen. Gods woord, en dat woord alleen, was hem voor beide ten pand, zoowel voor den vloed, dat die komende, als voor de ark, dat die te bouwen was, en beide malen stond Noach door dat geloof in het Goddelijk woord op vasten bodem. Het was met Noach bij het bouwen van de ark, gelijk met Mozes bij het bouwen van den tabernakel. God gaf in het geloof het gezicht er op, en
zoo zijn én ark én tabernakel er gekomen. niet
Ook had de bouw van de ark op een geheimzinnige wijze, op een afgesloten erf plaats. Ieder kon
wat Noach ondernam, doorzette en voleindde. Zelfs sprak in dat voor aller oog bouwen een getuigenis, een roepstem tot behoudenis, een stem des vermanens om desgelijks te doen. Maar niemand volgde Noachs voorbeeld. Sommigen hadden althans kunnen denken: „Laat ons zekerheidshalve ook zulk een reddingschip nabouwen komt de vloed niet, dan schaadt het niet." Maar neen, ze lieten de handen slap hangen, en de groote gedachte om voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen tegen den naderenden vloed te nemen, kwam niet op bij de goddeloozen, maaT ging van God zelven uit, en vond ingang alleen bij hem die geloofde. Het hier geleverd bewijs draagt alzoo een volstrekt karakter. God brengt zien
;
den vloed, en brengt dien vloed zettend
Maar
zijn.
als oordeel
en
straf,
en die straf zal ont-
diezelfde God, die dezen vreeslijken vloed over de wereld
brengt, stuit tegeHjkertijd door zijn bestel de vernielende werking van dien vloed.
Aan
zichzelf overgelaten zou die vloed alles verdorven
wereld, de menschheid, de kerke Gods.
En nu
roept diezelfde
hebben: de
God
die dit
oordeel des vloeds doet opkomen, aan dien vloed een: tot hiertoe en niet
Over
verder, toe.
alles
zal die vloed triomfeeren. Niets zal
verwoesting. Alleen één blok hout, een houten
zijn
tegen die vloed niets zal vermogen;
ja,
meer
romp
bestaan voor
zal er zijn,
waar-
nog, de vloed zelf zal die
arke moeten optillen, dragen en weer veilig op den Ararat neerzetten, en in
die
aldus door den vloed zelf gedragen arke zal behoudenis voor heel
de toekomst
zijn.
Noach en de
zijnen
(1
Petr.
3
:
20).
De
De
apostel Petrus zelf wijst
behouden
zijn,
hierop,
niet door de ark,
als
hij
maar door
zegt, dat
het water
ark zelf zou niet gered hebben, indien het water de
ark niet gelicht en opgeheven en op
zijn
golven gewiegeld had.
En
dit nu,
dat ark en water saam de verderving van den vloed stuiten, en redding
van menschheid en kerk mogelijk maken,
God
is
niet uit
den mensch maar
uit
geweest. In den mensch zat het zoo weinig, dat ge niet van één
enkel mensch leest, die zich heimelijk in de ark verstopte, of aan Noach
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's