De gemeente gratie - pagina 186
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VOLHEID DER TIJDEN.
182
Doch dan spreekt het ook
einde.
de vrucht van
vanzelf, dat
dit
verleden
de verschijning van den Christus in noodzakelijk verband moet staan.
met Het mag
niet opgevat alsof dit verleden
loop had,
maar dat de Vleesch wording des Woords
bijkwam. Neen,
en
zijn
eigen perk en vast verer
nu voorts uitwendig
het verleden heenschreed naar de volheid der tijden,
als
de Christus
als
wel
in
moest geboren worden, dan
die volheid der tijden
moet er tusschen dat verleden en de komst van den Christus ook een innerlijk
verband bestaan, en moet de reden waarom dat verleden zóó lang
duurde, en zóó verliep, en tot dat resultaat leidde, hierin gelegen
dat
zijn,
komst van den Christus en het welslagen van zijn Middelaarswerk een toestand kon geboren worden, die juist zóó was, als de komst van den Christus dien vereischte. Hieruit blijkt alzoo, dat onze uiteenzetting, waarin is aangetoond, hoe de Christus en zijn werk op elk gegeven punt aan de vrucht der gemeene gratie in het verleden aansluieerst zoo voor de
ten,
rust op de onderstelling, die de Heilige Schrift zelve ons in de leer
van de „volheid der tijden" van Godswege bezegelt. Het hierin aangeduide bestel, dat de Christus niet vlak na het Paradijs, of
ook niet
toeven tot
in
Noachs
of
Abrahams dagen
en wijle de
tijd
bovendien reeds
bevestigt
verschijnen kon,
uit
zichzelf
de stelhng, dat er tusschen den
Christus en de aan zijn komst voorafgaande bestaat.
Denkt men
maar moest
„volheid der tijden" zou zijn aangebroken,
zich toch die
gemeene
gemeene
gratie aansluiting
gratie weg, en stelt
men
voor, dat de wereld aan haar eigen zelfvernieling in zonde en vloek
zich
ware
overgelaten geweest, dan zou elke eeuw, die na den val verliep, de komst
van den Christus steeds onmogelijker hebben gemaakt, en zou de komst van den Christus alleen op het oogenblik zelf, dat God Adam in het Paradijs weer tot zich riep, denkbaar zijn geweest. Zonder de gemeene gratie
toch zou de
afdalende
lijn
lijn
die zich uit het Paradijs
geweest.
zijn
De zonde
voortbewoog een steeds
zou steeds schrikhjker verwoesting
hebben aangericht, de vloek zou op steeds doorzettender wijze zijn vernieling hebben doen werken, en het einde ware geweest, dat reeds zeer spoedig alle merkteeken van een menschelijk leven uit de menscheUjke
saamleving
(stel
al
deze ware nog mogelijk geweest)
zijn
geweken.
—
Volheid der tijden daarentegen veronderstelt een verloop van tijden, en
een verloop van eeuwen, waarin de menschheid verder komt, en er een toestand
rijpt
in
vangen, en dit nu
hun
volle
de wereld, die geschikt maakt is
om den
Christus te ont-
alleen mogelijk, indien zonde en vloek niet roekeloos
kracht kunnen ontwikkelen, maar indien
God
zelf die onheil-
spellende ontwikkeling stuit en alzoo een geschiedkundig verloop, dat tot
het gewenschte resultaat kan leiden, doet opkomen, en juist dit
wat we
dankweten aan de gemeene
gratie.
is het,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's