In Jezus ontslapen - pagina 130
„MACHT OVER DK HEIDENEN".
114
vangen de
giftige
geloofs
Hun
zij
zijn
op.
het,
pijlen
van
drukt het in
die
't
dit
kwaad met het scliild des benauwt het de ziele. En
leven,
hun zuchtend
hart het doodelijk gevaar
van de vergiftiging door dit heideusche wezen doorworstelen. Voor hen is het gestage bedruktheid eeuerzijds met heel hun ziel in Jezus te gelooven, en toch anderzijds telkens en telkens weer te ontwaren dat het heidensch wezen voortwoelt het Christelijk element terugdringt, triomf op triomf behaalt, en met een scha,
,
,
,
in hun angst geniet. de uitverkorenen bezwijken; en het is opdat ze niet bezwijken zouden dat Jezus toen op Pathmos hun den raadslag openbaarde, dat het niet anders kan, dat het heidensche wezen hen moet blijven kwellen tot den einde toe. Maar ook, dat dit slechts voor een tijd is. Dat eens de triomf over dat heidensch wezen volkomen zal zijn. En dat in dien dag Gods gezalfde Koning niet de wijnpersbak alleen zal treden, maar aan zijn verlosten volle deelgenootschap zal schenken in zoo heerlijke uitkomst. Hoe? zegt Jezus niet. zullen, zoo we Maar dit waarborgt zijn belofte ons: overwinnen tot den einde toe, aan de volkomen onderwerping van het heidensch wezen zelve deelnemen. Niet Christus alleen zal het doen, maar wij met hem.
terlach als der
demonen
in
hun nederlaag en
Daaronder zouden dan ook
zelfs
,
We
Soms schijnt het of eere te zoeken zonde ware. Aan verdrukt worden en onderliggen gewoon, beeldt men zich dan in, dat te willen lijden te willen verdrukt worden het hoofd te willen ,
,
,
buigen, het hoogste ware.
En dit nu mag niet. Dit is onze natuur verkrachten, als mensch onze hoogheid en ons heilig karakter wegwerpen. Vandaar dat Jezus juist het omgekeerde gevoel in ons prikkelt.
Wat
ons toezegt is de kroon is de heerschappij is het den troon, is de triomf over onze vijanden. En dat hoog besef prikkelt en verscherpt Jezus in ons, niet opdat we hier de borst hoog zouden zetten of tegen onzen nederigen staat zouden opwoeien. Neen, maar opdat we dit zouden verstaan, dat een koningskind alleen dan in den staat zijner verdrukking zich zelven niet onteert, zoo het tegen zijn verdrukking rusteloos het protest stelt van de gewisheid zijner hij
zitten op
toekomstige verhooging.
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's