De gemeente gratie - pagina 491
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
487
HET ONHEILIGE VAN ALLE SMART.
krabbende klauwen, maar als ge door een vliegende mier giftig gebeten wordt, moet ge een microscoop nemen, om de scherpe punten te ontdekken, waarmee u de beet werd toegebracht. En zoo nu ook is het hier. Het weerzinwekkend, afschuw-inboezemend, vloek-verradend karakter van alle lijden, komt bij pestilentie enz. zoo duidelijk en klaar uit, dat een ieder
maar
het voelt en merkt;
overkomt, merkt ge
dit,
bij
verreweg het meeste
bij
lijden,
oppervlakkige waarneming,
dat de wereld
niet.
Een pestzieke
u terstond afstooten, maar een teringlijder kan zelfs iets aantrekkelijks hebben, vooral zoo ge, hem slechts af en toe bezoekend, niet in aanraking zal
komt met wat ook
bij
uitwerpselen,
kleurige
tering in het doorweekte bedlinnen en in de bloed-
het begin
huislijk gebied gaat dit door. Bij
der ontbinding verraadt. Zelfs op het
een aardbeving of ontzettend onweder zal
de indruk van een dreigende vernielende macht u ontzetten, maar bij een licht jagen van den storm, die toch ook eerst na den val, en om der zonde
wolken u bekoren. Hoofdzaak is dus maar, van het lijden niet afmeten naar
wil,
kwam, kan het
dat
we den
zijn
zwakkere, maar juist omgekeerd naar
drijven der
aard, het karakter, de natuur
zijn sterkste uitingen,
en
uit die
sterkste uitingen de vaste overtuiging gewinnen, dat metterdaad het lijden
boos van aard, tegen Gods wil, en onheilig van karakter
is.
we daarom vast in bewoordingen voor begrijpelijk. Wat God oorspronkelijk schiep was
Die slotsom houden staanbaar en
ieder ver-
volmaakt.
Uit de schepping Gods vloeide voor den mensch niet anders dan loutere,
zweem van iets, wat ook, dat lijden veroorzaken kan, was in het Paradijs denkbaar. De ommekeer kwam door de zonde, en de zonde alleen, en de zaak die dezen ommekeer voor ongestoorde vreugde en blijdschap. Geen
onzen gelukstaat aanduidt,
is
de vloek. Die vloek
is
alzoo de uitdrukking
voor de bron van alle leed, alle smet, alle verdriet, alle
van vol en waar geluk. En overmits nu
alle,
pijn, alle
onderscheid of uitzondering vloek in zich draagt, daarom
zwangerd met dragende
bestraft,
te verstaan, dat
onheilig s, en
iets
moet
derving
versta wel, alle lijden, zonder
in alle lijden,
is alle
lijden be-
dat onheilige, vloek-
en ten doode toe bestreden worden. Alleen zoo
Jezus voor ons den vloek gedragen heeft „van
zijn
het
is
mensch-
wording aan", en alleen zoo begrijpen we, hoe we, door het lijden overkomen en achterhaald, nochtans tegen dat lijden ons te keeren hebben
met
al
de veerkracht, waarmee God ons gewapend heeft, en met
middelen die Hij zal
dan ook
in zijn
blijken,
hoe
we
komen, hoe God ons met het
al
ter onzer beschikking stelt.
„gemeene gratie"
alleen langs deze lijden straft,
lijn
tot het inzicht
en nochtans
de
Het
kunnen
het lijden zelf be-
straft als onheilig.
Teekenend
in dit opzicht is het, als
ge
uw
Heiland gadeslaat, nadat hij Op dien berg was
afdaalde van den Thabor, den berg der Verheerlijkmg.
Jezus een oogenblik onttrokken geweest aan den
oiilieiligen
druk van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's