De gemeente gratie - pagina 656
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VERKORENEN TEN LEVEN.
652
in
lijfden
ding
niet.
het Genadeverbond, maar dit verandert de evenredige verhou-
En
en genomen
genomen
alzoo blijkt, dat
eenerzijds de Canones van Dordt,
de sterftetafels, het getal van de gezaligden, die
anderzijds
onbewust wegsterven, en het getal der gezaligden, die na hun bekeering heengaan, tamelijk wel tegen elkander opweegt.
Een Dogmatiek,
hiermee nu niet rekent, en in openbaren
die
strijd
met
de gegevens van het werkelijke leven, maar aldoor bekeering als regel blijft
stellen,
en op zaliging buiten bekeering als op een nauwlijks mee-
tellende exceptie neerziet, kan en
mag dus
niet langer onze leiddraad
zijn.
Integendeel, dan eerst zal de Dogmatiek deze machtige vraagstukken in
overeenstemming met de tot
een conclusie
realiteit
die
leidt,
van het leven ontvouwd hebben, zoo ze
het ons klaar en duidelijk maakt, hoe deze
tweeërlei wijze van toebrenging, de ééne onbewust en in de vroege jeugd,
en de ander in verband met bewuste bekeering op later één hooger gezichtspunt te verstaan
zijn.
Let wel,
we
leeftijd,
van
uit
spreken hier niet
van de predikatie en van het vermaan. Predikatie en vermaan toch richten zich uitsluitend tot
hen
hun
die niet vóór
S"*
jaar wegstierven en hebben
dus in den regel zóó in te richten als de behoeften van de langer
zich
levenden eischen.
Dogmatiek inwerken.
is
Maar hiermede kan de Dogmatiek niet volstaan. De al moet ze leidend op de predikatie
geen predikatie, ook
De Dogmatiek
heeft de moeilijke vraagstukken des levens in
haar wortel en samenhang te onderzoeken, en
zij
mag
zich alzoo niet aan-
stellen als ging alleen de ééne helft der gezaligden haar aan, en als
mocht
ze de andere helft als nauwlijks meetellende exceptie veronachtzamen.
Doch hiermede
De
onderstelling
zijn
we
er
nog
waarvan men
niet.
Het bezwaar
reikt
nog veel verder.
gewoonlijk uitgaat is volstrekt niet alleen,
dat de uitverkorenen hier op aarde tot bekeering moeten komen, maar dat ze ook in dit leven voor den hemel moeten geheiligd, en door heiligmaking moeten voorbereid worden. Men begint dan na zijn bekeering aan het kleed van zijn heiligmaking te weven, en eerst als dat kleed onzer heiligmaking geheel afgeweven is, zijn we bereid en toegerust voor den
ingang in de eeuwigheid. Het
is
wel
.zoo,
dat
men
dit laatste niet te sterk
durft aandringen, althans niet in Gereformeerde kringen,
onzer Belijdenis,
luid zal
men daarom
inging.
ooit zeggen, dat hij
Maar vooreerst
want
er
is,
naar
„volharding der heiligen," en van geen behoudene
lette
men
ongereed voor hooger leven ten hemel
er op, dat
zij
die niet aan de volharding
der heiligen gelooven, dat wel terdege doen, en ten andere worde niet uit
het oog verloren, dat ook de Gereformeerde prediking ten deze vaak
moet
uitglijden.
Immers „bekeering" is bij velen een niet al te zeker, een Iemand die na zijn onderstelde bekeering, weer in
soms vlottend begrip.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's