De gemeente gratie - pagina 420
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE OPENBARING VAN GODS TOORN.
416
Om toorn
dit is
recht te verstaan moet ge rekenen met den toorn Gods. Die
niet,
gelijk
bij
ons menschen, een opkomende vlaag van veront-
waardiging of bitterheid, maar een gestadige werking van
zijn heiligheid.
„De toorn Gods," zegt de apostel, „wordt geopenbaard van den hemel over alle goddeloosheid." Er kan geen zonde zijn in de geestenwereld of op aarde, of op hetzelfde oogenblik waakt in God tegen die zonde de toorn op, en houdt aan zoolang die zonde bestaat. Als wij van iets gruwelijks hooren, toornt ons hart er een oogenblik tegen maar straks ontvangen we weer andere indrukken, en die aandoening van toorn verdwijnt uit onze ziel. Maar bij God houdt die toorn aan en is niet weg te nemen, tenzij de zonde zelve weggenomen wordt. Van dat deel des aardrijks waar de zonde eeuwiglijk stand zal houden, d. i. van het terrein der demonen en der onbekeerd stervende menschen gaat die toorn dus nimmer weg, en de hel is niet anders dan een toestand, die bestendig onder de volle uitstraling van dien toorn ligt. Op het Paradijs rustte Gods welbehagen, toen Hij zag dat het goed was. Maar zóó trad de zonde niet in, of de toorn Gods rustte ook op onze aarde, en die toorn blijft er op rusten, tot eens de nieuwe aarde komt, waarin geen zonde meer zijn zal. Al is het dan ook dat „gemeene gratie" dien toorn tempert, toch leidt dit er nimmer toe, dat er een neutraal terrein op aarde zijn zou, waarop noch de toorn noch de genade rustte. „God is nooit neutraal" is ook hier van toepassing. En wat plek, wat toestand ge u ook denken wilt, die toestand is altoos het resultaat, óf van den toorn Gods óf van zijn intredende genade. Doch hierin juist is nu de particuliere genade en de gemeene gratie onderscheiden, dat waar de particuliere genade intreedt, de toorn ganschelijk wijkt om niets dan genade te doen heerschen, zoodat geen kind van God meer straf lijdt, en alleen de kastijding als een zoon ondergaat; maar dat op het terrein der gemeene gratie juist altoos de toorn onder alles en door alles heenspeelt, en de gemeene gratie dien toorn niet opheft, maar slechts verzacht en stilt in de uitwerking. Dat die stilling van den toorn Gods door de gemeene gratie mogelijk is, vindt zijn verklaring uitsluitend in de particuliere genade, en kan hier niet verder besproken worden. Het gaat alles om den Christus. Maar het feit zelf moet scherp in het oog gevat. Zoo min de gemeene gratie op geestelijk gebied het zonde-gif ooit uit het middenpunt van ons zielsbestaan wegneemt, evenmin kan de gemeene gratie hier op aarde ooit in het centrum van ons aanzijn ;
waarachtig geluk aanbrengen. Wie niet ten leven bekeerd zijn, blijven kinderen des toorns; en hoe hoog ook in deze eeuw de stand van onze menschelijke ontwikkeling naar boven ging,
dag
in
men
behoeft slechts dag aan
de nieuwsbladen te lezen, wat ze ons omtrent de woelingen en
worstelingen in het leven der volken melden,
de beroering in
tie
om
terstond in te zien, dat
wateren des levens niet ophoudt. Ze kunnen niet tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's