De gemeente gratie - pagina 495
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VLOEK EN SCHEPPING.
den stand van dien persoon dan zou
dit zoo,
in dat
strijd
alle
gegeven oogenblik. En natuurlijk, ware
God gezonden straf, eenvoudig zal als God slaat, terugslaan
tegen de van
vermetel en lieiligschennend
zijn.
491
Of wie
tegen de slaande hand zijns Gods?
Maar
deze voorstelling wordt door Schrift en ervaring dan ook
juist
Niet alsof er in deze voorstelling niet ook een deel
principieel gewraakt.
waarheid
bevindelijke
lag.
Dat zeer
zeker.
Maar het standpunt
zelf, alsof
het doen Gods in het mysterie des lijdens aldus broksgewijze en incidenteel
verstaan ware,
te
geen oogenblik houdbaar. Let slechts op deze drie
is
Ten eerste hierop, dat de kinderen lijden om de zonde hunner ouders. „En bezoek de ongerechtigheid tot in het derde en vierde geslacht dergenen, die Mij haten." Ten tweede op het komen van onloochenbare
feiten.
plagen over een geheele stad of een geheel land, waarbij de onschuldigen
met de schuldigen, eenzelfde feit
van
lijden
ondergaan.
En
ten derde op het notoire
dat ook de Schrift zoo gedurig,
alle ervaring,
met nadruk op den
voorgrond wordt gesteld, dat de goddeloozen zoo vaak bloeien en geen
banden
hun dood kennen, en dat daarentegen de knecht Gods „man Ook nu nog zien we het gedurig om ons heen. Een is. die de bevordering van Gods Koninkrijk bedoelt, zal tobben, en
tot
van smarte" instelling
straks te niet gaan, terwijl een pesthol van ongerechtigheid zich het geld als
water
ziet
toevloeien.
Meer behoeft hieraan
voorstelling van het lijden,
incidenteele
onhoudbaar op de kaak
als
niet toegevoegd,
om
de
ten eenen male onwaar en
en daarentegen het solidaire karakter
te stellen,
des lijdens als het eenig juiste te doen uitkomen. Bovendien weet, wie het mysterie van Golgotha verstaat, hoe alle Pelagiaansche voorstellmg
van Gods bestel
in het lijden feitelijk het plaatsbekleedend lijden óf ver-
de wreedste willekeur.
nietigt óf stempelt tot
dan volgt hieruit ook rechtstreeks, dat de wortel van alle hjden in den vloek moet worden gezocht, en dat de vloek regelrecht in verband staat met de Schepping. De vloek is niet iets op zichzelf.
Doch
Het
is
dit
een soort
niet
is
gifstof, die in
na den val geschapen,
microbe,
die,
vloek
juist
is
zoo,
deze wereld indrong, noch een soort in
deze wereld werd uitgezonden.
zooals de zonde, niets wezenlijks,
De
maar een herooving, een
privatio actuosa, gelijk onze vaderen het noemden. Als er een ontzettend
spoorwegongeluk plaats
van buiten die
af,
komt
grijpt,
er niet een
op den trein vallen, maar
is
nieuwe onheihge kracht,
het precies dezelfde kracht,
eerst den trein langs het ijzeren spoor deed voortsnellen, en die
dienzelfden trein stuk wringt en vernielt. die machtige stoomkracht eerst
Ze wist
dit
locomotief tot volle
verschil
is
nu
maar, dat
werkte naar het bestel van den ingenieur,
nu voor de spoorwegdirectie niets dat, is eenmaal de stoom in de krachtsontwikkeling gekomen, die stoom den trein
en nu tegen dat bestel ingaat. Dit nieuws.
Het eenige
vooruit.
Ze
is
wist,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's