De gemeente gratie - pagina 624
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE VEBTOONING VAN HET BEELD GODS.
620
liXXXIlI. IJe
vertooiiing van het beeld Gods.
Want
hij
verwachtte
de
stad
fondamenten
die
welker kunstenaar en bouwmeester
God
heeft,
is.
Hebb. 11;:10.
Het menschelijk leven op deze aarde, gelijk het zich in den loop der eeuwen ontwikkeld heeft, is op zichzelf veel te gewichtig en belangrijk
om
er niets dan
zien ten beste
dat
een bijkomstig middel en onverschillig instrument
van een geheel ander
Ook
doel.
dient dus toegegeven,
al
en strekken" van ons geslacht over zulk een
„rekken
het
in te
van
tal
eeuwen, onbetwistbaar ook samenhing met het groot aantal personen dat
God
besloten had te scheppen, en zoo ook
met het groot aantal der
verkorenen, die ter zahgheid zouden komen; en ook al of er
twijfel,
was
uit-
het evenmin
deze ontwikkeling van ons geslacht een proces dat
in
van een kiem uitging
lijdt
om
tot de rijpe aar te komen, toch is ook hiermede nog geen bevredigende oplossing gevonden. Als de goudgele korrel uit de aar springt, heeft aar en halm geen hoogere w^aarde dan die van stroo
voor
stal
of haard of mestkuil.
Zoo nu ook
hier.
De wetenschap,
dat het
hegin door een langzaam proces met het einde verbonden wordt, maakt,
zonder meer, alles ondergeschikt aan de beslissing die met het oordeel komt, en aan de openbaring van het
maar om dan ook de menschelijke
rijk
der heerlijkheid, die daarop volgt;
historie
en de menschelijke ontwikkehng
op den weg daarheen doorloopen werd, alsdan
die
als doelloos
geworden
adem van den morgenwind der dan komende bedeeling
kaf op den
te
doen
verstuiven. Geheel ons menschelijk leven wordt dan oawillekeurig uitslui-
tend uit het oogpunt der komende zaligheid bezien, en overgaat, wordt dan in onze schatting waardeloos. ling
doorhep
's
menschen kunstvaardigheid
in
Een
al
wat daarin
niet
heerlijke ontwikke-
het schilderen,
om van
het
kladden der oude Oosterlingen tot de kunstschatten van een Rembrandt te
komen, maar
als
de jongste bazuin gehoord wordt, gaan
schatten op oliedoek in den wereldbrand onder.
het fluiten met de
wat
toch
ook
dien
wereldbrand
men dus
Blijft
men
al
dit
lip
alle
bij
tot
al
deze kunst-
Wat opklimming
niet
van
het aanzwellen van de rijkste orgeltonen, en
kerken saam aan orgelschat bevatten, teert eens
als dit
brandhout en einddoel
als
in
metaal voor het smelten weg.
van het wereldproces staan, en verstaat
wereldproces als uitsluitend doelende op de zaligheid der geesten,
dan komt de langzame en toch zoo
rijke
ontwikkelingsgang van ons ge-
slacht niet tot zijn recht.
Men
verstaat en doorziet
dan
niet,
waarom
die ontw^ikkeling, die toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's