De gemeente gratie - pagina 479
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
:
475
BESTRAFFEN, SCHELDEN, TOORNEN.
Nu
men
vindt
Testament
in
andere Bijbelvertalingen ditzelfde ook in het Oude
Dat
terug.
dit in
onze Statenoverzetting niet zoo uitkomt,
daaraan, dat de Overzetters van het
ligt
Oude Testament een ander Hollandsch
woord, edoch voor geheel dezelfde gedachte, bezigden, namelijk het woord: schelden.
Andere, zoo
b. v.
de Engelsche vertaling, spreekt ook hier van
bestraffen, en zette én in Matth. 8 26 én :
b. v. in
Psalm 106
:9:
He rebuked.
Hadden ook onze Vertalers dit voorbeeld gevolgd, de bedoeling van het woord zou ook voor de Nederlandsche Christenen duidelijker zijn geweest. Nu toch mag betwijfeld worden, of de meeste lezers dat schelden van God wel recht verstaan. Als aan Bileam gevraagd wordt: „Kom, scheld mij en
Israël",
hij
niet scheldt",
daarop antwoordt: „Wat
wordt
dit
nog wel verstaan
;
de Heere
ik schelden, daar
zal
maar
als in
Nahum
1
:
4 staat
„Hij scheldt de zee en maakt ze droog", vatten velen dit op als een een-
voudige uitdrukking van Zelfs al
het geen
lijdt
mede
's
Heeren macht. Toch
is dit
ten eenemale onjuist.
dat schelden Gods nog veel sterker, dan het bestraffen van Jezus;
is
bedoeld,
twijfel,
als
of de Evangelisten
hebben er precies hetzelfde
de profeten en psalmisten met hun schelden. Dit kan
daaruit worden afgeleid, dat in de Grieksche overzetting der dusgenaamde is met juist datzelfde woord epitimaan, dat de Evangelisten voor bestraffen gebruiken. Maar gelijk gezegd, op zichzelf genomen, is schelden nog veel krasser. De Grieksche taal is een beredeneeide taal en gebuikt daarom de beredeneerde uitdrukking: iemand geven wat hij verdient, of gelijk wdj wel zeggen: Hij moet hebben wat er bij staat. Het Hebreeuwsch daarentegen
Zeventigen, het woord schelden ook wel vertaald
Oostersche taal drukt het toornende gevoel, de prikkelende gewaar-
als
wording
uit.
Men kan
dat nu nog wel aan de Joden zien, als ze boos
worden, met wat geweld en met aandoening van heel hun wezen ze hun
scheldwoorden uitbrengen. Schelden beduidt daarom,
met
in het
Oude Testament,
heftige aandoening en overweldigende gewaarwording, uit innerlijken
toorn tegen iemand ingaan, en
zijn
macht
stuiten, zijn opzet verijdelen.
Zoo lezen we in 2 Sam. 22:16: (Ps. 18) „Door het schelden des Heeren werden de diepe kolken der zee gezien en de gronden der wereld ontbloot." In Job 26: 11, 12: „De pilaren des hemels sidderen en ontzetten zich voor zijn
schelden,
Hij
Yan uw
klieft
de
zee,
en verslaat hare verheffing." In Psalm
God
Jakobs,
zamen wagen en paard in stammen Israëls omkomen „van het schelden zijns aangezichts." En zoo is het telkens. Met name wordt dit „schelden des Heeren" toegepast op den uittocht uit Egypte, en den intocht in Kanaan. Zoo heet het in Psalm 106:9: „Hij schold de Schelfzee, zoodat zij verdroogde"; iets wat in Psalm 114:3, 5, ook, met toepassing op de Jordaan, aldus werd vertolkt: „De zee zag het en vlood, de Jordaan keerde achterwaarts. Wat was u, o, zee, dat ge vloodt, 76 7 :
:
„
schelden, o
slaap gezonken." In Psalm 80
:
is te
17 heet het, dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's