In Jezus ontslapen - pagina 247
231
„DAAR ZAL WEENING ZIJN EX KXERSING DER TANDEn".
of we liier niets voor gevoelen? Of we niet wilden, dat het zoo was? Of ook ons de voorstelling van een eeuwige rampzaligheid niet ijzen doet van ontzetting? En of het ook ons niet moeite kost, om die nooit eindigende tegenstelling van duizenden en nogmaals duizenden rampzaligen met Gods grenzenlooze ontferming te rijmen? dan spreken we op alle deze vragen een volmondig ja uit. Liefst klemmen we ons dan ook vast aan wat Calvijn van den moordenaar, die vorstenhloed in Frankrijk vergoot schreef, dat wij nooit weten, wat God nog in den jongst en snik doet aan hen, die ons toeschijnen verre van God te sterven. Maar verder kunnen en mogen wij niet gaan. Jezus alleen had hier het volle recht van spreken. Wij weten er uit onszelven niets van. Ons in te beelden, dat wij hooger en reiner denkbeelden omtrent God en zijn liefde zouden koesteren dan Jezus, vermeten we ons niet. En evenmin matigen we ons het recht aan, uitspraken als „dat God eens alles en in allen zal zijn ". in regelrechte tegenspraak met wat de heilige Apostel besteudiglijk getuigt, op ieder mensch, en niet enkel op het mystieke lichaam van Christus toe te passen. Van het spelen met het woord „sterven", als Jezus zegt „dat ze in hun zonde sterven zullen ". spreken we nu niet eens. Voorwaardelijke onsterfelijkheid" kan men tegen de Schrift in volhouden.— uit de Schrift en op grond van de Schrift leeren, nooit. Zij die het wanen te doen, toonen niet eenmaal te weten, wat in de Heilige Schrift de dood en het derven is.
Vraagt men,
om wat
liefs
—
,
Ten deze hebt ge u aan Jezus te houden en op Jezus' zeggen af te gaan, of ge weet niets, en ge kunt zelfs niet stamelen. En Jezus sprak ten deze, keer op keer, met de grootste beslistheid. Zij, die buiten
God sterven, zullen gaan in de eeuwige pijn. Ze zullen buitengeworpen worden. In hen zal een worm knagen die nooit sterft, ze zullen smarte lijden door een vuur dat nooit uitgebluscht wordt. En deze nooit eindigende toestand zal zoo ontzettend wezen, dat Jezus er van zegt dat er weening zal zijn en kuersing der tanden. Alleen reeds deze laatste bange teekenen heeft Jezus tot driemaal toe herhaald. In de teekeniug van het Laatste Oordeel heeft Jezus dit nogmaals in dezer voege bevestigd, dat hij in die ure tot de verlorenen spreken zal: Gaat loeg van mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur dat den duivel en zijnen engelen bereid is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's