De gemeente gratie - pagina 157
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
153
JEZUS' LEVENSOMGEVING.
wel Oostersch van aard, maar onvrij
De
in zijn ontwikkeling.
hitte is er
drukkend. Dat kleurt te sterk, en geeft daardoor een overhelling naar
te
een ander uiterste, waardoor ontstaat, wat tersche eenzijdigheid.
De natuur
is
men
zou kunnen noemen Oos-
er overdreven Oostersch, en verteert
daardoor die zachte schakeeringen, en dien rijkdom van vormen, die juist de natuur zoo sprekend maken. Hooger dan het gemeene Oostersche leven staat
daarom het leven der natuur
land
om
liggen
in
wat men noemt de Levant,
d.
i.
het
de Oosterhelft van het bekken der Middellaudsche Zee. Daar
dan ook metterdaad
in
engen kring bijeen
alle
de landen, die in de
ontwikkeling der menschheid vóór Christus den toon aangaven: Egypte, Griekenland, Rome, Palestina, en daarachter, op gelijke hoogte. Baby Ion,
men nu de vraag, op welk om de natuur te vinden
Stelt
optreden,
deel van onze aarde Jezus had moeten in een
vorm
die voor de vertolking
de dingen des Koninkrijks het meest geschikt was, zoo
is
van
niet wel een
antwoord mogelijk, dan dat de Levant daarvoor het aangewezen terrein was. Hier alleen is de natuur rijk, en toch getemperd, uitkomende in haar volle schoonheid, en toch
het
van het zware, drukkende en beklemmende van
onder de keerkringen
leven
vrij
gebleven.
gratie,
die de vernieling der natuur in het
stuitte
in
mag
zin
die juist
is
het de gemeene
stuitte, die
haar meer
het Oosten dan in het Noorden, en die haar op de meest ge-
wenschte wijze lijken
Zoo
gemeen
in
stuitte juist in
een land als Palestina. In den meest eigen-
en moet dan ook erkend, dat het de gemeene gratie was,
de Levant, de natuur voor Jezus' oog in zulke vormen deed
uitkomen, als haar tevens het meest geschikt maakten,
om
de dingen des
Koninkrijks af te spiegelen.
En bij,
hier
komt dan ten
slotte
nog
als laatste
vrucht der gemeene gratie
dat Jezus vanzelf in deze Levantijnsche natuur, en nader in Palestina,
een bevolking vond, die er van huis uit op was aangelegd,
om
deze na-
Het Joodsche volk had altoos óf in Egypte, óf in Palestina, óf in Babyion geleefd, en was dus een Oostersch volk in den vollen zin des woords^ meer bepaaldelijk van Levantijnschen stempel. Dat het zoo zijn zou, lag in Gods bestel. God zelf had Abraham uit het dieper achteraf liggende Ur naar het Palestina der Middellaudsche Zee geroepen. Daar was aan Israël zijn vaderland aangewezen. Daar had het zijn poëtisch geestelijke taal gevormd. Daar zijn leven met het leven der natuur vermaagschapt. En het was de vrucht én van deze bepaling van Israëls woontuurtaai
stede,
te
verstaan.
én van dat verleden, én van die taaivorming, dat Jezus,
en onder dat volk optredende, hoorders in deze taal der natuur
om
zich
toentertijd,
heen kon verzamelen, die
geen vreemdelingen waren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's