De gemeente gratie - pagina 106
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE PRAEDESTINATIE IN VERBAND MET „ALLE DINGEN".
102
meest naar prediking,
zijn
als
persoonlijke zaligheid^ en
hem
hij
zoekt
bij
voorkeur zulk een
voor dat stuk zijner persoonlijke zaligheid uitsluitsel
Men bedenke
geeft en licht verspreidt.
toch wel, dat in den strijd
met de
Remonstranten de gemeenteleden zelven jaren lang deelgenomen hadden in de worsteling der geesten. In allerlei kring had men er den mond vol over, en zag elk
goed Gereformeerde zich gedurig geroepen,
heid der praedestinatie dedigen.
En
persoonlijk
om
de waar-
tegenover de misleiding der Arminianerij te ver-
overmits in den boezem der gemeente deze
werd aangebonden,
strijd bijna altoos
lag het in den aard der zaak, dat
men van
de praedestinatie bijna niet anders dan in haar toepassing op het eeuwig lot
der enkele personen sprak. Zóó was het eenmaal ingezet, en zóó
in
de gemeente blijven hangen, en
veilig
mag
is
het
gezegd, dat het gemis aan
geloofsverzekerdheid, en het tot aan zijn dood toe tobben over zijn eeuwig
dat in zoo hooge mate de geloofskracht gebroken heeft, een recht-
lot,
streeksch gevolg
was van deze
eenzijdige opvatting der zaak.
En, wat ten slotte ook meetelt, de Heilige Schrift zelve geeft ons nooit
dogmatiek, maar geeft de openbaring over de waarheid steeds in recht-
met de toestanden, te midden waarvan de profeten en de apostelen optraden. Dit nu had ten gevolge, dat ook in de Heilige streeksch verband
Schrift is,
haar
verreweg de meeste plaatsen, waarin van de Voorbeschikking sprake in nauwer verband met den mensch nemen. En overmits destijds
overal nog de methode stand hield,
om met
losse teksten te strijden,
kan
het niet verwonderen, dat voor de veel verdere beteekenis der Praedes-
het oog veelal gesloten bleef. De mensch is metterdaad in het Gods het hoogste schepsel, en juist dit leidt er zoo licht toe, om deswege heel de Praedestinatie zich om den mensch als het middenpunt
tinatie
bestel
te laten
bewegen.
Toch was
er steeds één punt, waarbij onze Gereformeerde vaderen deze
eenzijdige opvatting braken, in zooverre ze namehjk, ondervraagd naar het
„hoogste doeleinde"
van
alle dingen, onvoorwaardelijk,
en zoo ook
bij dit
leerstuk het Solt Deo Gloria op den voorgrond plaatsten, en de zaligheid
der uitverkorenen nooit anders dan in de tweede plaats lieten komen.
Deze zienswijze nu handhaafden ze ook
bij
de Praedestinatie, en geen
onzer vaderen heeft ook dit onderwerp behandeld, zonder vastelijk uit te
God de Heere ook in dit zijn Besluit allereerst en allermeest zijn eigen eere zocht. Aan dat hoogste einddoel werd al het ov^erige, ook de zaligheid der uitverkorenen, ondergeschikt verklaard. Jammer was het spreken, dat
slechts,
dat ze dit wel in den aanhef onbewimpeld uitspraken,
zuimden, het in hun verdere ontwikkeling tot Iets
wat vooral daaruit
te
verklaren
is,
dat
zijn
ze, zich
maar
ver-
recht te laten komen.
vastklemmend aan de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's