De gemeente gratie - pagina 196
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN HET GENADELEVEN.
192
wat
geestelijk
was
in het
gedrang geraakte, en de dag nabij scheen waarop
het materiahsme voor altoos triomfeeren zou. Natuurlijk ware het toen de roeping der kerk en der Theologie geweest,
om
tegenover dezen overmoed van het oude ik en van het natuurleven,
het deugdelijk recht van het nieuwe ik en van het leven der genade zóó
verband tusschen beide weer
fier
te verdedigen, dat ten slotte het juiste
viel
aan te wijzen. Maar hier dacht de kerk niet aan. Ze dacht er niet
aan
in
haar officieelen vorm, want die was versteend.
En ook
dacht ze er
aan in haar geestelijke kern, want in die geestelijke kern trok ze
niet
wat men later de nachtschool noemde, of wel, der onbedachtzamen in de geestelijke weelde van de
deels rechtstreeks af naar ze
zong het lied
mannen van den
deels in philanthropie, deels in kinderlijke
Réveil, die
blijdschap de kracht
meenden
te bezitten,
om
dezen storm der geesten te
bezweren. Dientengevolge
is
toen de taak,
om
het geestelijke te redden en de ver-
houding tusschen geest en natuur op te sporen, van de kerk van Christus overgegaan op de Philosophie. Omdat de kerk haar plicht niet deed, heeft de Philosophie toen de taak overgenomen. Naar de Theologie luisterde
niemand meer, naar de Philosophie een schied,
ieder.
Daardoor
is
het toen ge-
dat de ernstige en nadenkende Christenen, die het gewicht van
deze geestelijke worsteling gevoelden, zich almeer van de Theologie hebben
afgewend, en in den waan gingen leven dat de Philosophie ten slotte het
Christendom redden moest. Schleiermacher was de man, die het eerst dezen smaad van de Theologie gevoelde, en alsnu een poging waagde,
om
de Theologie weer op het paard te helpen, edoch door geen andere methode,
dan door haar aandiende, kleed.
feitelijk in
was
feitelijk
Philosophie
om
te zetten.
Wat
hij als
Theologie
een philosophische gestalte in het theologische
Zoo schiep Schleiermacher de school der dusgenaamde Vermitte-
lungstheologen of bemiddelende godgeleerden, die ten onzent in de Ethische
Theologen optraden; een school
juist
daardoor gekenmerkt, dat ze de
hoofdvragen van de verhouding van natuur en genade door de Philosophie het uitmaken, en dan daaraan een geheel gewijzigde Theologie vasthaakte.
En daartegenover
stonden dan de mannen der meer positieve richtingen
deels als Methodisten, die enkel zich
met de diepere vragen
maar de
practijk voor oogen hadden, en
niet inheten, deels als versteenende Gerefor-
meerden, die wel de oude belijdenis met hand en tand vasthielden, maar zelf niet
inzagen langs wat
meer machtige
geestelijke
weg
zij
zich,
van
uit
hun
belijdenis, in
deze
worstehng mengen zouden.
Dit alles nu zou geheel anders zijn geloopen, indien de Gereformeerde
kerk en de Gereformeerde Theologie haar belijdenis van de gemeene
gratie,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's