De gemeente gratie - pagina 140
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW.
136
X Vlll. vrouw.
(Jevvordeii uit eeiie
Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zoon uitgezonden, geworden uit eene vrouw, geworden
zijnen
Gal. é
onder de wet.
4.
:
De vrucht van de „gemeene gratie" is den Christus niet eerst na zijn geboorte toegekomen. De aansluiting van den Christus aan de gemeene hgt reeds tusschen
gratie
ontvangenis uit den HeiHgen Geest en
zijn
geboorte uit de maagd Maria
punt
schuilt,
stuiten.
waarbij
we op
Zelfs
de
consequente ketterij
zij
der Dooperschen
Getrouw toch aan hun uitgangspunt, dat het heilswerk boven-
natuurlijk
Christus
tot
blijft
zijn
den einde
Van
hielden
toe,
zich
deze juist staande, dat de
maagd Maria had aangenomen,
vleesch en bloed niet uit de
maar door nieuwe schepping had.
zijn
opgemerkt, dat juist hier het
in.
een kinderlichaampje in Maria bereid
Maria ging alzoo naar die voorstelling niets
haar wezen bleef werkeloos. Alleen
kinderhchaampje
dit
had
ze,
dat
uit.
ze dit
Haar bloed en
nieuw geschapen
manier van een kooi waarin een vogel had dit hchaam ook elders, ook buiten Maria
in zich droeg, bij
wordt uitgebroed.
Feitelijk
kunnen bereid zijn. Of zij, dan wel een andere vrouw, het die maanden herbergde, maakte in geen enkel opzicht verschil. Dit nieuwgeschapen lichaam daalde in haar neder, rustte in haar en verliet haar weer, zoodat er niets was dan doorgang. Op dat standpunt nu had de eerste aanraking
van den Zoon des menschen met het leven der menschen eerst plaats na zijn geboorte, en ook na die geboorte bleef deze aanraking een bloot uitwendige. Met zulk een nieuw geschapen lichaam toch stond dan de Christus buiten ons geslacht.
Het Woord ware dan wel
vleesch,
maar
niet
ons vleesch geworden. Hij zou een op ons gelijkend wezen, maar nooit onze broeder naar het vleesch zijn geweest. Een ander bloed dan het onze zou
hem
door het hart
zijn gevloeid.
levensvocht zou op Golgotha
zijn
Tegenover deze Doopersche belijdenis bij stelt
nu de
niet ons bloed,
alle
geheel den stam der Christelijke
verlossingswerk doelloos maakt,
kerk de betuiging, dat onze Heiland
en bloed niet in Maria ingedragen,
maar
heid „de Zoon des menschen"
lang vóór
zijn
is
is,
zijn
vleesch
aangenomen heeft, en schijn, maar in der waar-
uit Maria
dat alzoo de uit Maria geborene niet slechts in
Doch liiermede
maar een vreemd
vergoten.
ketterij, die
den wortel afkapt, en Christelijke
En
ons in alles
gelijk,
uitgenomen de zonde.
het dan ook voetstoots beleden, dat de Christus reeds
geboorte,
ja,
terstond na zijn ontvangenis,
met de
vrucht,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's